DEN HAAG - Het besluit van de gemeente Rotterdam om 27 coffeeshops in de buurt van scholen te sluiten vindt veel bijval in de Tweede Kamer. Volgens coalitiepartij PvdA zijn gemeentes vrij om hun eigen coffeeshopbeleid te bepalen. Het CDA en de ChristenUnie pleiten al jaren voor een strenger coffeeshopbeleid.

"Als een gemeente vindt dat coffeeshops overlast veroorzaken, is het hun goed recht een aantal te sluiten", aldus PvdA-Kamerlid Lea Bouwmeester. Ook oppositiepartijen VVD, SP en GroenLinks scharen zich achter de burgemeester van Rotterdam, Ivo Opstelten.

GroenLinks-Kamerlid Naïma Azough zegt zich in het besluit te kunnen vinden. "Coffeeshops in de buurt van een school oefenen aantrekkingskracht uit op leerlingen, die daardoor verleid kunnen worden de coffeeshop boven de schoolbanken te verkiezen. Bovendien kan de nabijheid van coffeeshops overlast veroorzaken."

Teeven

Fred Teeven van de VVD noemt het een "goede stap". Wel trekt hij de 200 metergrens die Rotterdam hanteert in twijfel. "Een coffeeshop die 600 meter van een school af ligt kan net zo goed een gevaar vormen", aldus Teeven. De SP is het ook eens met Opstelten.

Het besluit van Rotterdam krijgt vooralsnog geen navolging in Amsterdam. Deze gemeente houdt de coffeeshops voorlopig nog open. De hoofdstad wil eerst afwachten wat het kabinet half juni besluit over de coffeeshops en de scholen, aldus een woordvoerder van de gemeente.

"Dan weten we wat voor ons de consequenties zijn." In het regeerakkoord is niet aangegeven wanneer een coffeeshop te dicht bij een school ligt en voor welk type onderwijs een afstandscriterium zou moeten gelden.

Amsterdam telt 234 coffeeshops. Als wordt uitgegaan van een afstandscriterium van 500 meter voor zowel basisonderwijs als voortgezet onderwijs, zal 93 procent van de 234 coffeeshops moeten verdwijnen.

Wanneer het kabinet het basisonderwijs buiten beschouwing laat en de norm van 250 meter zou gelden, ligt 19 procent van de Amsterdamse coffeeshops te dicht bij een school.