ZUTPHEN - Zeven verdachten staan deze en volgende week terecht voor de rechtbank in Zutphen voor hun aandeel in de gewelddadige dood van Naci Havucgil. Een financieel conflict met deze Turkse zakenman leidde tot een dagenlange marteling en uiteindelijk zijn dood, bleek tijdens de zitting woensdag.

De zakenman handelde in koelapparatuur en vrachtwagens en was geregeld in Nederland. Die handel was niet geheel legaal.

In juni vorig jaar leidde een conflict om een niet betaalde vergoeding van 20.000 euro voor diefstal van vrachtwagens ertoe dat een groep mannen van Turkse afkomst hem enkele dagen vasthield in een boerderij in het Gelderse Angerlo.

Gemarteld

Daar werd hij aan een balk opgehangen en urenlang gemarteld. "We zijn daar de hele nacht mee bezig geweest."

"We moesten geld van hem zien te krijgen", zo zou een van de verdachten tegenover de politie hebben verklaard, aldus de officier van justitie.

Uiteindelijk werd de zakenman gewurgd en in een bos langs de A50 bij Beekbergen begraven. Op 10 augustus werd het lichaam in verregaande staat van ontbinding gevonden door een passant.

Onderzoek

De politie was toen al bezig met een grootschalig onderzoek waarin onder meer 120 getuigen gehoord werden. Daaruit bleek dat de zakenman voor het laatst gezien was in gezelschap van twee mannen van Turkse afkomst.

In totaal werden zeven personen aangehouden. De 37-jarige E.A. legde verklaringen af tegen zichzelf en de andere verdachten. Zijn zaak diende dinsdag en de officier van justitie eiste 20 jaar cel tegen hem voor onder meer moord in vereniging.

Uitgenodigd

Van de twee verdachten die woensdag terecht stonden, wordt de 33-jarige M.A. uit Westervoort gezien als degene die de zakenman het zwaarst heeft gemarteld. Hij ontkende en zei juist door E.A. te zijn uitgenodigd om in de boerderij de zakenman slechts "angst aan te jagen".

Zijn zaak is aangehouden tot 8 juni omdat de verdediging medeverdachte C.K. wil horen als getuige.

Tegen de andere verdachte die terechtstond, de 26-jarige C.A., is woensdag 5 jaar cel geëist voor zijn aandeel in de martelingen. Hij zou samen met M.A. het slachtoffer met stokken bewerkt hebben. Hij ontkent elke betrokkenheid.