ROERMOND - "Ik vond dat ik hulp nodig had, ook voor mezelf." Zo verklaarde P.G. dinsdagochtend voor de rechtbank in Roermond de elf telefoontjes die hij pleegde naar de politie voordat hij in de nacht van 11 op 12 juli zijn woning aan de Jupiterstraat in brand stak. Daardoor kwamen zes van zijn zeven kinderen om het leven.

De voorzitter van de rechtbank, W. Bruinsma, hield de 34-jarige G. uit Roermond de inhoud van al zijn telefoontjes voor die hij pleegde tussen een en drie uur 's nachts. Hij vertelt daarin dat hij ruzie heeft met zijn vriendin F. Schouwenaar en het huis niet meer in mag.

Dooien

"Ik word niet serieus genomen. Dan kunnen ze net zo goed meteen acht lijkkisten bestellen", zegt G. in zijn derde telefoontje. Een gesprek later geeft G. aan de woning binnen te gaan. "Als er dooien vallen, heeft u dat op uw brood."

Meldkamer

Uit de verklaringen van de medewerkers van de meldkamer blijkt G. geen onbekende voor hen te zijn. Hij belt wel vaker, meestal dronken, vraagt om hulp van de politie, maar zegt later dat het wel weer goed komt. "Daarom waren we terughoudend in onze reactie", zo leest Bruinsma een van de verklaringen voor.

In het vijfde telefoontje dat G. die nacht pleegt, zegt hij tegen de telefoniste dat er klappen gaan vallen. "Dat wachten we dan wel af", antwoordt ze voordat ze ophangt.

De laatste keer dat G. belt, is dat met de mededeling dat zijn woning in brand staat. "Ik heb een fout gemaakt. Schiet op man, ik wil niet dat mijn kinderen eraan gaan." Even daarvoor heeft hij in de berging van zijn woning met een aansteker een van de jassen van zijn kinderen in brand gestoken.

Springen

Vier kinderen liggen in bed op de tweede verdieping en hebben geen schijn van kans. De moeder staat met haar dochter Rowena bij het keukenraam op de eerste verdieping. Ze vindt het te gevaarlijk voor haar kind om te springen. Bovendien is de brandweer onderweg. Zelf springt ze wel en raakt gewond. Rowena overleeft het niet, omdat het vuur te snel om zich heen grijpt. Dochter Cheyenna is de enige die de tragedie overleeft, omdat ze uit logeren is.

Volgens Bruinsma had G. die dag en avond wel vijftien halve liters bier gedronken. Veel minder zegt de verdachte zelf. Hij weet niet waarom hij tot zijn daad is gekomen. "Ik kan het niet goed praten. Het is nooit mijn bedoeling geweest mijn kindern of vriendin iets aan te doen. Ik denk dat ik op dat moment niet 100 procent mezelf was."

G. wordt brandstichting met de dood tot gevolg hebbend tenlastegelegd. Officier van justitie R. van Heck formuleert later op de dag haar eis. Ze kan levenslang eisen.

Pieter Baan Centrum

Het Pieter Baancentrum (PBC) in Utrecht heeft de rechtbank geadviseerd P. G. tbs op te leggen. Dat maakte W. Bruinsma, voorzitter van de rechtbank, dinsdag bekend.

De man heeft volgens het PBC een persoonlijksheidsstoornis en acht de kans op herhaling aanzienlijk. G. is iemand die zich miskend voelt, behalve op zijn werk als vuilnisman. Ten tijde van de brand had G. vakantie, wat voor hem de slechtste periodes waren omdat hij dan geen structuur in zijn leven had en meer ging drinken, aldus het PBC. De verdachte zei zelf geen tbs te willen, maar erkende wel dat hij hulp nodig heeft.

40.000 euro schuld

Bruinsma schetste een beeld van een familie in nood. Het gezin stond onder curatele, had ongeveer 40.000 euro schuld door openstaande rekeningen bij postorderbedrijven en door geld dat opging aan kaarten, drank en sigaretten. Ook waren er problemen rond hun 11-jarige zoon Pascal die van school was gestuurd, zich schuldig maakte aan winkeldiefstal en tot drie keer zelfmoord had willen plegen door voor de trein te springen.

De moeder die zelf niet op de zitting aanwezig is, wil verder met G. "Ik kan Peter niet als moordenaar zien. Hij is altijd goed geweest voor mij en de kinderen", zo verwoordde Bruinsma de woorden van F. Schouwenaar.