ROTTERDAM - De hulpverleners die betrokken waren bij de zorg rond de Rotterdamse Gessica hebben hun bevindingen over het meisje niet op elkaar afgestemd. Zij wisselden geen informatie uit en niemand voelde zich eindverantwoordelijk.

Video

Hoewel de hulpverlening tekortschoot, had de dood van het zogenoemde Maasmeisje in 2006 volgens een rapport van vier inspecties niet kunnen worden voorkomen.

Vorig zomer werden haar lichaamsdelen in de Maas teruggevonden. Justitie verdenkt haar vader ervan dat hij haar heeft omgebracht.

Onderzoek

Uit onderzoek van de inspecties Jeugdzorg, Openbare Orde en Veiligheid, Onderwijs en Gezondsheidszorg bleek woensdag dat de coördinatie tussen jeugdzorg, huisarts en school ontbrak en dat ze onderling geen informatie uitwisselden.

Elke instantie sprak van een zorgelijke, maar niet heel ernstige situatie. Zo konden ze haar situatie niet goed inschatten omdat er geen overleg was en dus geen totaalbeeld.

Vrijwillig

Niemand nam of had de eindverantwoordelijkheid omdat in het geval van Gessica sprake was van vrijwillige hulpverlening. De vader van het meisje trok zelf aan de bel omdat hij de zorg voor haar niet alleen af kon.

Bij gedwongen hulpverlening zoals in de zaak Savanna uit 2005 was een gezinsvoogd eindverantwoordelijk. De inspecties pleiten voor één coördinatiepunt.

Communicatie

Het is niet de eerste keer in Nederland dat door gebrek aan onderlinge communicatie tussen jeugdhulpinstellingen de ernst van een situatie in probleemgezinnen verkeerd wordt ingeschat. Soms leidt dit tot fatale gevolgen.

Na het drama in 2002 in Roermond waarbij zes kinderen omkwamen omdat hun vader het huis in brand had gestoken, wees onderzoek uit dat ook daar de instanties langs elkaar heen werkten.

Jeugdzorg

Hoofdinspecteur van Jeugdzorg Joke de Vries onderschrijft dat de conclusie in het rapport over Gessica vaker is getrokken. Zij ziet echter wel verbetering, maar het gaat haar niet snel genoeg.

De gemeente Rotterdam neemt alle aanbevelingen uit het rapport over, zoals een elektronisch kinddossier aanleggen, een verantwoordelijke aanstellen voor de zorgcoördinatie en de leefomgeving zoals scholen betrekken bij het zorgtraject.

Typerend

Verantwoordelijk wethouder Leonard Geluk kan het niet accepteren dat instellingen langs elkaar heen werken. "Ik moet helaas vaststellen dat gebrek aan zorgcoördinatie typerend is voor de zorg die wij aan jeugd bieden."

Hij gaat een stap verder dan de aanbevelingen in het rapport. "In een aantal gevallen zullen we zorg opleggen en de grenzen van de wet opzoeken."

"Dat betekent niet dat wij een kind uit huis plaatsen, maar wel dat we een gezinscoach aanstellen", aldus Geluk.