DEN HAAG - Het beheer van materieel van het Rijk voor rampenbestrijding in de regio schiet tekort. Op papier weet het ministerie van Binnenlandse Zaken voor een groot deel waar in het land wat staat en hoe het met het onderhoud ervan is gesteld.

Het systeem is echter niet actueel, onvolledig en garandeert geen volledige voorraden.

Dat stelt de Algemene Rekenkamer in het woensdag gepresenteerde onderzoek bij het jaarverslag 2006 van Binnenlandse Zaken. De Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding (LFR), dat als agentschap onderdeel uitmaakt van het departement, is verantwoordelijk voor het materieelbeheer.

Volgens de rekenkamer moet de LFR meer bevoegdheden en sanctiemogelijkheden krijgen om een sterkere positie in het land te verwerven.

Kritiek

Minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken) wijst de kritiek van de rekenkamer van de hand. Ze vindt het oordeel over het ontbreken van een landelijk en actueel inzicht in de plaats van het materieel niet op z'n plaats, omdat de LFR zich volgens haar aan de regels houdt. Volgens de bewindsvrouw hoeft er helemaal geen landelijk dekkende administratie voor de rampenbestrijding in één systeem te komen.

Het Rijk heeft het totaaloverzicht over de regio's en de regio's hebben het totaaloverzicht over de locaties binnen hun gebied, stelt Ter Horst. De rekenkamer vindt het echter noodzakelijk dat de LFR bij grootschalige rampen die de regio's overschrijden, aan de hand van gegevens in het systeem sneller verzoeken om de inzet van rijksmaterieel kan inwilligen.

De rekenkamer vindt verder dat de informatiebeveiliging bij het ministerie beter moet. Ook constateert ze dat het jaarverslag onvoldoende informatie geeft over de bereikte doelen en de prestaties van de minister. Daardoor kan de Tweede Kamer zich daarover slechts een beperkt oordeel vormen, aldus de rekenkamer.