'Ook bij beroepsgeheim kindermishandeling melden'

DEN HAAG - Beroepsgeheim of privacywetgeving hoeft voor hulpverleners geen belemmering te zijn om gevallen van kindermishandeling te melden.

Dat zegt minister André Rouvoet voor Jeugd en Gezin in reactie op de stelling van het College bescherming persoonsgegevens (CBP) dat hulpverleners zich vaak verschuilen achter privacyregels als het gaat om kindermishandeling.

Excuus

Deze conclusie trok het CBP na een rondetafelgesprek met artsen, politie, jeugdzorg en onderwijs. De betrokkenen vinden dat hulpverleners die stuiten op kindermishandeling of risico's voor mishandeling zien, hun beroepsgeheim niet als excuus mogen gebruiken om hun mond te houden.

Privacy

Het college constateert dat hulpverleners er nogal eens voor terugdeinzen hun mond open te doen en dan al te snel een beroep doen op privacyregels. Maar artsen hebben juist ook de plicht patiënten de hulp te bieden die ze nodig hebben. Ook hebben ze het recht daarover te spreken.

Rouvoet deelt de mening van het college dat goede hulpverlening voorop moet staan. Er is vaak meer mogelijk dan hulpverleners op grond van wetgeving denken. De minister zei eind april in de Tweede Kamer dat hij niets voelt voor een meldplicht voor artsen bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling.

Volgens Rouvoet kan een meldplicht ertoe leiden dat ouders hun kinderen niet meer naar de dokter sturen.

Tip de redactie