AMSTERDAM - Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) moet zwaardere sancties kunnen opleggen om toe te zien op de naleving van de privacywet. De huidige wetgeving op dit gebied is niet meer goed te handhaven door de snelle technologische ontwikkelingen. Dat stelt CBP-voorzitter Jacob Kohnstamm zaterdag in een interview met NRC Handelsblad.

Volgens hem komt de zes jaar oude Wet bescherming persoonsgegevens in het gedrang omdat deze ervan uit gaat dat overheid en bedrijven niet méér data verzamelen dan nodig is voor hun taakuitoefening.

Door toepassingen als het koppelen van overheidsbestanden, cameratoezicht en vervoerssystemen als rekeningrijden en de OV-chipcard komt echter veel meer informatie vrij over burgers dan voorzien is bij de invoering van de wet.

"Deze informatiestromen beperken, is onbegonnen werk", stelt Kohnstamm. Om er strenger op toe te kunnen zien hoe overheid en bedrijven hier mee omgaan, hoeft de wet volgens hem niet te worden afgeschaft.

Boetes

Hij ziet liever dat het CBP meer sanctiemogelijkheden krijgt. Zo pleit de voorzitter voor hogere boetes. Nu kan het CBP bij overtredingen een boete van ongeveer 6000 euro opleggen of een dwangsom die activiteiten van een bedrijf of overheidsdienst stilleggen.

Kohnstamm toont er begrip voor dat er in de strijd tegen terrorisme en zware criminaliteit offers moeten worden gebracht maar stelt dat de overheid daarbij verhoudingen uit het oog verliest. "De laatste jaren gebruikt het kabinet meteen grof geschut als het gaat om anti-terreurmaatregelen. Het laat na om te bewijzen dat alle andere middelen zijn uitgeput. Ook gaat het niet na of de nieuwe harde maatregelen wel het gewenste effect sorteren."