HOUSTON - Ruimte-afval is mogelijk de oorzaak van de catastrofe met het Amerikaanse ruimteveer Columbia. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA acht het niet meer zeer waarschijnlijk dat een brok isolatieschuim tot het loslaten van het hitteschild leidde.

NASA-topfunctionaris Milt Heflin sloot woensdag in de Amerikaanse media niet uit dat een klein stuk ruimte-afval het hitteschild van de spaceshuttle beschadigde. Bij het binnendringen van het ruimteveer in de dampkring zou de beschadiging tot een kettingreactie hebben kunnen leiden, met het uiteenvallen van de shuttle als gevolg.

De manager van het ruimteveerprogramma, Ron Dittemore, plaatste woensdag op een persconferentie vraagtekens bij de theorie dat bij de lancering een losgelaten stuk isolatieschuim van een brandstoftank de linkervleugel van de Columbia beschadigde.

Volgens hem was het brok schuim, ongeveer zo groot als een attachékoffer en met een gewicht van 1,2 kilo, simpelweg niet zwaar en snel genoeg om de tegels van het hitteschild te beschadigen. "Er moet een andere oorzaak zijn", aldus Dittemore.

De stoffelijke overschotten van de zeven ruimtevaarders die bij de ramp om het leven kwamen, zijn op een legerbasis in de staat Deleware bijeengebracht. Een NASA-vertegenwoordiging bracht de Columbia-bemanning de laatste eer.