HILVERSUM - De kosten voor het bezoek van koningin Beatrix aan een of meerdere gemeenten tijdens Koninginnedag zijn de laatste vijf jaar fors toegenomen. Betaalden in 2002 de gemeenten Meppel en Hoogeveen nog 275.000 euro voor de organisatie van de feestdag, Den Bosch en Woudrichem leggen nu 858.000 euro neer om het bezoek te financieren.

Dit blijkt maandag uit onderzoek van het EO-radioprogramma De Ochtenden.

In 2003 betaalden Wijhe en Deventer 650.000 euro. Warffum en Groningen (2004) waren iets goedkoper uit en betaalden 526.000 euro. Ook Den Haag en Schevingen hielden het in 2005 nog redelijk binnen de perken met 500.000 euro. Zeewolde en met name Almere moesten in 2006 diep in de buidel tasten, respectievelijk 200.000 en 600.000 euro.

Kosten

De beveiliging, maatregelen rondom het verkeer, de dranghekken en openbare voorzieningen als toiletten voor de bezoekers, kosten het meeste geld. Almere (2006) haalde bijvoorbeeld alle drempels weg om te voorkomen dat de koninklijke bus zou vastlopen.

Wat een bezoek op Koninginnedag de plaatsen oplevert, kunnen de ontvangende gemeenten niet becijferen. Maar ze geven aan dat de lokale middenstand goed heeft geboerd, de televisieuitzending het imago heeft opgepoetst, het plaatselijke verenigingsleven helemaal is opgebloeid en dat nog jaren erna toeristen vragen naar de route die Beatrix heeft gelopen.