DEN HAAG - Minister De Boer (Verkeer) heeft de Nederlandse Spoorwegen dinsdag per brief laten weten dat hij naar de rechter stapt om de ruzie over de tariefsverhoging uit te vechten. Deze stap leek al enkele tijd onvermijdelijk.

De NS is van plan om de tarieven per 1 juli met 4,15 procent te verhogen, terwijl de treinkaartjes vanaf 1 januari ook al 4,9 procent duurder zijn geworden. De Tweede Kamer pikte dit niet en droeg De Boer op het conflict hard te spelen.

Het is nog niet duidelijk waar en wanneer de rechtszaak zal dienen. Volgens een woordvoerder spant De Boer waarschijnlijk een zogenaamde bodemprocedure aan. Een dergelijke rechtszaak kan lang duren. Daarom zal De Boer vermoedelijk vragen om een 'voorlopige voorziening' om de verhoging per 1 juli ongedaan te maken.

De NS kan de tarieven twee keer in één jaar verhogen, omdat de januariverhoging enkele uren voor de jaarwisseling is ingegaan. Eerder had het spoorbedrijf echter beloofd de prijzen in 2002 niet te verhogen, wegens de vele vertragingen en andere spoorellende. Kamer en reizigers reageerden furieus op deze 'truc' en ook minister De Boer was niet erg over de handelswijze van de NS te spreken.

De Boer wilde in eerste instantie echter niet naar de rechter stappen, omdat zijn juristen hem weinig kans gaven. Nadat andere rechtsgeleerden de Kamer hadden bezworen dat De Boer best sterk zou staan, liet hij zich overhalen.

Volgens de NS is de dubbele prijsstijging nodig om het bedrijf financieel gezond te houden, onder meer wegens de heffing die aan de overheid betaald moet worden voor het gebruik van het spoor. Als compromis wilde de NS daarom afzien van de tweede tariefsverhoging als de overheid zou afzien van de afgesproken verhoging van de 'infraheffing' van 14 miljoen euro.

De Boer wil zich echter aan de afspraak over de heffing houden. "Op deze wijze zou voor het jaar 2003 nog minder geld beschikbaar zijn voor het onderhoud aan railinfrastructuur, terwijl ik juist heb aangegeven dat naar mijn mening meer financiën beschikbaar dienen te komen voor het onderhoud van de railinfrastructuur", schreef hij eerder al aan de Kamer.