DEN HAAG - De nieuwe landelijke vereniging Art.1 houdt zich voortaan bezig met het voorkomen en bestrijden van alle vormen van discriminatie.

Dat bleek maandag bij de presentatie van de organisatie, waarin de lokale antidiscriminatiebureaus en het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR) zijn samengevoegd.

Grondwet

De naam Art.1 verwijst naar het eerste artikel van de grondwet. Daarin staat dat iedereen in Nederland in gelijke gevallen gelijk moet worden behandeld en dat discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras of geslacht is verboden.

De nieuwe vereniging moet er onder meer toe leiden dat er een landelijke dekking komt van lokale antidiscriminatiebureaus waar mensen terecht kunnen met klachten of vragen over discriminatie.

Bedienen

Op dit moment zijn er 25 bureaus. Maar dat zijn er te weinig om iedereen te kunnen bedienen. Slechts de helft van de Nederlanders kan er nu terecht, zei een woordvoerder. De lokale bureaus worden lid van de vereniging.

Het vroegere LBR wordt het landelijk bureau van Art.1 en gaat uitgebreider onderzoek doen naar discriminatie. Ook zal het fungeren als waakhond voor de overheid en als kennisbureau voor de lokale afdelingen, aldus de zegsman.

Arbeidsplaatsen

De nieuwe opzet zal volgens hem leiden tot uitbreiding van het aantal arbeidsplaatsen. Art.1 zal niet alleen adviseren en voorlichten, maar ook meldingen van discriminatie registreren.

Kwaliteit

Eind 2005 concludeerden deskundigen onder leiding van oud-minister Els Borst-Eilers dat de sector van antidiscriminatiebureaus versnipperd was en dat de omvang en de kwaliteit van de bureaus nogal verschillend waren. Ze pleitten voor een samenvoeging van de (landelijke) organisaties en voor een landelijk dekkend netwerk van voorzieningen voor klachten over discriminatie.