VOORBURG - Het gezin met twee kinderen is veruit favoriet, concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag in haar webmagazine. Ruim de helft van de gezinnen waarvan het jongste kind tussen de acht en twaalf jaar is, telt twee thuiswonende kinderen.

Na het 'twee-kinderengezin' komt het gezin met drie kinderen het meeste voor. Vader en moeder met één kind komt voor bij een op de vijf gezinnen. Een aantal van vier kinderen is heel wat zeldzamer. Dat is een op de twintig gezinnen. Nog meer kinderen is uiterst zeldzaam.

Gevolg is dat de meeste Nederlandse kinderen een broertje of een zusje in huis hebben. Ruim negen op de tien kinderen hebben ten minste één (nog thuiswonende) broer of zus. Er blijken zelfs iets meer kinderen met drie broers of zussen te zijn dan kinderen zonder broer of zus. In totaal woont bijna één op de elf kinderen in een gezin zonder broer of zus.

Eenoudergezinnen tellen overigens relatief vaker maar één kind, al heeft driekwart van de kinderen in een eenoudergezin een of meer broers of zussen. Slechts één op de dertig kinderen van 8 tot en met 12 jaar woont alleen met vader of moeder, zonder broer of zus.