AMSTERDAM - Ouders krijgen een sterkere positie in de kinderopvang in Nederland. Dat staat in de nieuwe Wet basisvoorziening kinderopvang (WBK) die in 2004 van kracht wordt. Het kabinet wil met de WBK voor ouders meer mogelijkheden creëren om arbeid en zorg te combineren en de toegankelijkheid en kwaliteit van kinderopvang verbeteren.

Uitgangspunt van de wet is dat ouders, werkgever en overheid gezamenlijk bijdragen aan de kosten van kinderopvang. Ouders betalen een inkomensafhankelijke bijdrage. De overheid geeft werkende ouders en bepaalde doelgroepen een financiële bijdrage voor het gebruik van kinderopvang. De bijdrage wordt betaald door de Belastingdienst.

De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van het inkomen van de ouders en het gebruik en de prijs van de opvang. De werkgever betaalt op basis van CAO-afspraken een uniforme bijdrage, die los staat van het gezinsinkomen. Betaalt de werkgever niet mee, dan geeft de overheid aan de ouders een extra tegemoetkoming.

Op dit moment worden niet de ouders, maar via de gemeenten kinderopvanginstellingen gesubsidieerd. In de praktijk betekent dit dat op dit moment niet alle ouders profiteren omdat niet alle instellingen subsidie krijgen. Bij inwerkingtreding van de WBK vervallen de bestaande fiscale regelingen voor de kinderopvang.

Kwaliteitseisen

De WBK hanteert als uitgangspunt dat de opvang bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige omgeving. Voorts worden uniforme kwaliteitseisen opgenomen waaraan alle instellingen voor kinderopvang moeten voldoen.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit in de kinderopvang, inclusief de pedagogische opzet. De GGD voert dat uit.

Het is de bedoeling dat de wet marktwerking in de kinderopvang stimuleert. De aanbieders van kinderopvang zullen zich moeten richten op de wensen van de ouders. Doordat ouders zelf een budget krijgen, gaan zij eisen stellen aan de prijs en de kwaliteit van de kinderopvang.

Stimuleringsregeling

Het kabinet heeft ermee ingestemd dat de stimuleringsregeling uitbreiding kinderopvang met een jaar wordt verlengd en dus niet eind 2002 afloopt maar ook in 2003 geldt.

Met de nu lopende stimuleringsregeling zijn in drie jaar inmiddels .000 extra plaatsen in de kinderopvang gerealiseerd; dat moeten er eind 2002 op grond van het Regeerakkoord uit 1998 in ieder geval 72.000 zijn; de verwachting is dat dit aantal wordt overtroffen.