RIJSWIJK - Mr. Pieter van Vollenhoven vindt het onderzoeknaar de Herculesramp door de Inspectie Brandweerzorg enRampenbestrijding (IBR) een voorbeeld van een onderzoek "zonderonafhankelijke blik". Hij zegt dat zaterdag in een gesprek met hetAlgemeen Dagblad.

Aanleiding is het verschil in de uitkomsten van hetIBR-onderzoek en dat van de Raad voor de Transportveiligheid, waarvan Vollenhoven voorzitter van is. Het IBR concludeerde dat eerderkon worden begonnen met het redden van de inzittenden. VanVollenhovens raad zegt van niet.

"Gebrek aan mankracht of onkunde"

"Dit geeft aan dat je met onafhankelijk onderzoek tot een anderoordeel kan komen'', zegt Van Vollenhoven. Het IBR valt onder hetministerie van Binnenlandse Zaken. "Bij een dergelijk verschil vaninzicht krijg je wel eens het gevoel van 'Ben ik nu gek of zijnanderen dat'. Is er een zwarte vlek bij het IBR ontstaan? Ik weethet niet. Of het is gebrek aan mankracht of onkunde".

"Wetsvoorstel moet worden aangepast"

Van Vollenhoven wil verder dat het wetsvoorstel voor de nog inte stellen Onderzoeksraad voor Veiligheid wordt aangepast. Gebeurtdat niet, dan wordt hij daar geen voorzitter van.Volgens Van Vollenhoven kan het niet door de beugel datministers kunnen ingrijpen in rapporten die de onafhankelijkeonderzoeksraad maakt. "Een minister moet niet wíllen ingrijpen ineen rapport van een onafhankelijke raad", zegt Van Vollenhoven."Dit is een heel vreemd wetsvoorstel. Het is principieelonjuist."