EDE - Het is niet onmogelijk dat politierechercheurs geknoeid hebben met de datum van een proces-verbaal in het onderzoek naar de dood van Pim Overzier. Mogelijk geneerden ze zich dat zij belangrijk bewijsmateriaal in die zaak twee maanden lang op de plank lieten liggen.

Dat zegt advocaat Aart van Voorthuizen uit Ede, raadsman van de tot 20 jaar celstraf veroordeelde Henk H. uit Bennekom. Tot in hoogste instantie is de Bennekommer veroordeeld voor de moord op Overzier.

Vervalst

Pim Overzier verdween in december 2001. Zijn lijk werd ruim drie maanden later gevonden in een graf bij Dronten. HP/De Tijd publiceert deze week een artikel waaruit zou blijken dat de politie een proces-verbaal van bevindingen heeft vervalst.

Volgens justitie vermoordde de Bennekommer Overzier, omdat hij hem verdacht van een afspraakje met zijn vriendin. Hij zou Overzier in de val hebben gelokt met een anonieme 'blind date'.

Geaardheid

H. heeft dat altijd ontkend. Volgens hem zouden detectives hebben ontdekt dat Overzier in het geheim homoseksuele afspraakjes maakte. Tijdens een dergelijke ontmoeting zou de man een natuurlijke dood zijn gestorven. De mannen bij wie hij was, zouden uit angst voor ontdekking van hun geaardheid het lichaam hebben begraven.

"Het lichaam was in zo'n slechte staat dat de doodsoorzaak niet meer vastgesteld kon worden. Justitie sprak van verstikking en verwurging, maar de patholoog-anatoom kon ook een natuurlijke dood niet uitsluiten.

Als Overzier twee maanden eerder was gevonden, zou daar waarschijnlijk wel duidelijkheid over zijn, wat voor mijn cliënt van groot belang had kunnen zijn", stelde Van Voorthuizen maandag.

Twijfel

De raadsman hoopt dat twijfel over mogelijk knoeiwerk van rechercheurs "nu eindelijk" aanleiding is voor justitie om het hele dossier vrij te geven.

"Dit bevestigt dat er heel dadergericht is onderzocht. Daarom wilde ik al steeds het hele dossier inzien. Als er nog meer twijfelachtigheden opduiken, is dat wellicht aanleiding voor herziening van de zaak", aldus Van Voorthuizen.