DEN HAAG - Het Joegoslavië-Tribunaal is maandagochtend zijn eerste proces begonnen wegens oorlogsmisdaden in Macedonië. In dat Balkanland raakten leger en politie die door Slaven werden gedomineerd, in 2001 slaags met het Nationale Bevrijdingsleger (UÇK) van de etnisch Albanese minderheid.

VN-aanklager Daniel Saxon memoreerde in zijn openingspleidooi hoe de regering in Skopje zware wapens als tanks, artillerie, helikopters en vliegtuigen inzette tegen de Albanezen, die meer dan 20 procent van het Macedonische grondgebied controleerden.

De eveneens zwaar gewapende UÇK-guerillastrijders stonden op een gegeven moment op zo'n 10 kilometer van het centrum van de hoofdstad Skopje.

Ohrid

De strijd eiste vele tientallen levens. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de EU en de NAVO toonden zich erg bezorgd over het conflict. Na internationale bemiddeling werd in augustus 2001 het vredesakkoord van Ohrid gesloten.

Boskoski

Verdachten in de zaak zijn voormalig minister van Binnenlandse Zaken Ljube Boskoski en de agent Johan Tarculovski. Zij worden medeverantwoordelijk gehouden voor onder meer moord en gruwelijke behandeling van ongewapende Albanese burgers.

Zo vermeldt de tenlastelegging het geval van de 33-jarige Albanees Rami Jusufi uit het dorp Ljuboten, die op 12 augustus 2001 in pyjama aan zijn voordeur werd doodgeschoten door een agent onder het commando van Tarculovski. Een ander dodelijk slachtoffer in Ljuboten was een 5-jarig kind.