DEN HAAG - De hulp aan kansarmen in Nederland verloopt vaak moeizaam. Dat komt door tegenstrijdige wetgeving en door een wirwar aan betrokken instanties. Dat staat in een woensdag gepubliceerd rapport dat is gemaakt in opdracht van de G27.

De G27 is het samenwerkingsverband van 27 middelgrote gemeenten. Ze werken samen in het project 'Aanval op de Uitval', dat moet leiden tot betere samenwerking tussen de instanties.

Bij een probleemgezin zijn bijvoorbeeld ruim twintig instanties betrokken, staat in het rapport. Een jongere die graag naar school wilde, zat zestien instellingen en vijftig 'contactmomenten' later nog steeds niet op school.

Resocialisatie

Samenwerking tussen instanties komt moeilijk van de grond omdat die tegenstrijdige belangen hebben. Als iemand van de ene hulpverlener op medische gronden moet thuisblijven, wil een ander hem graag wegens 'resocialisatie' liever direct weer aan het werk hebben.

"Er vallen nog steeds veel mensen buiten de boot. En dat is niet nodig. Wel moeten partijen beter samenwerken", aldus burgemeester Frank Kerckhaert van Hengelo.

Hij signaleert ook wetgeving die tegenwerkt. Zo zorgen bepalingen in de Wet werk en bijstand er bijvoorbeeld voor dat een jonge alleenstaande moeder die een opleiding wil volgen, een deel van haar uitkering niet mag inzetten voor het betalen van kinderopvang.