BELGRADO - Vier Servische ex-paramilitairen zijn dinsdag veroordeeld voor betrokkenheid bij moorden op Bosnische moslims in Srebrenica in 1995.

Een rechtbank in Belgrado legde hen celstraffen uiteenlopend van vijf tot twintig jaar op. Een vijfde verdachte werd vrijgesproken. Het is de eerste Srebrenica-zaak die is behandeld door een Servische rechtbank.

Beelden

De oorlogsmisdadenkamer van de rechtbank achtte bewezen dat de vier Serviërs, lid van de beruchte speciale eenheid Schorpioenen, na de val van de moslimenclave Srebrenica zes moslimmannen martelden en executeerden. De moordpartij werd op video opgenomen en twee jaar geleden in het proces tegen de Joegoslavische oud-president Slobodan Milosevic voor het Joegoslavië-Tribubaal in Den Haag getoond.

De beelden gingen vervolgens heel de wereld over en maakten ook diepe indruk in Servië zelf. Tot dan toe had Belgrado ontkend dat er Serviërs betrokken waren bij de oorlogsmisdaden in het buurland. De verdachten werden kort daarna aangehouden.

De zwaarste straffen waren voor ex-commandant Slobodan Medic van de eenheid en zijn belangrijkste handlanger Branislav Medic. Zij kregen ieder twintig jaar. De enige die schuld had bekend, Pera Petrasevic, kreeg dertien jaar. Een vierde verdachte vijf jaar. Twee andere militieleden waren eerder afzonderlijk berecht.

Na de val van Srebrenica in juli 1995 en de daarop volgende massamoord kwamen ongeveer 8000 moslimmannen om. De volkerenmoord wordt beschouwd als de ernstigste misdaad in het Europa van na de Tweede Wereldoorlog.

'Kleine vissen'

De Servische oorlogsmisdadenkamer is opgericht in 2003. Het Joegoslavië-Tribunaal laat de 'kleine vissen' over aan de rechtbank in Belgrado.

Het Servische hooggerechtshof heeft dinsdag het vonnis tegen een Servische militair herroepen die eerder door de oorlogsmisdadenkamer tot twintig jaar cel was veroordeeld voor oorlogsmisdaden in Kroatië. In 1991 zou de man, Sasa Radak, betrokken zijn geweest bij de executie van zeker 192 krijgsgevangenen in de Oost-Kroatische stad Vukovar. Maar volgens het hooggerechtshof is daarvoor onvoldoende bewijs geleverd.