DEN HAAG - Het kabinet zal binnenkort uitleggen wanneer Nederland steun zal geven aan een mogelijke militaire actie tegen een land. Net als de Eerste Kamer wil ook de Tweede Kamer op korte termijn opheldering over wat een "adequaat volkenrechtelijk mandaat" precies inhoudt, zoals dat in het regeerakkoord staat.

Dat bleek woensdag tijdens een debat over Irak. De meeste fracties vinden dat van groot belang nu de internationale spanning rond Iran oploopt.

Net als Irak destijds, weigert Iran de Verenigde Naties openheid van zaken te geven over de nucleaire ambities van het land. Er ligt al een VN-resolutie waarin gedreigd wordt met economische sancties.

Voorschot

Coalitiepartner PvdA nam tot verrassing van het kabinet al een voorschot op de discussie over zo'n mandaat. Wat de PvdA betreft is politieke of militaire steun om drie redenen geoorloofd: bij een expliciet VN-mandaat, bij een acute dreiging waardoor zelfverdediging nodig is (van een NAVO-bondgenoot) of bij een humanitaire ramp zoals een dreigende genocide.

De PvdA gaat daarmee verder dan de tekst in het coalitieakkoord met het CDA en de ChristenUnie. Daarin is een volkenrechtelijk mandaat alleen vereist voor de inzet van militairen. Minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken) hoorde de eisen van de PvdA aan maar wilde niet vooruitlopen op de kwestie.

Motie

PvdA-Kamerlid Martijn van Dam verraste het kabinet verder door een motie van GroenLinks over Iran te ondertekenen, samen met de SP, D66 en de PvdD. Daarin wordt het kabinet gevraagd een inval op Iran op geen enkele manier te steunen zonder adequaat volkenrechtelijk mandaat.

Verhagen ontraadde die motie. Hij wil eerst het debat voeren over zo'n volmacht en bovendien zijn er volgens hem situaties denkbaar waarin een militaire actie tegen Iran denkbaar is. "We zouden dan bij voorbaat aan onze handen gebonden zijn", aldus Verhagen.

Onderzoek

De oppositiepartijen D66, SP, GroenLinks en de Partij voor de Dieren drongen woensdag opnieuw aan op een parlementair onderzoek naar de manier waarop Nederland betrokken is geraakt bij de oorlog in Irak. Tevergeefs. Ook namen ze de PvdA onder vuur, die voorheen ook altijd zo'n onderzoek eiste.

Maar Van Dam zei dat zowel voor als na de laatste verkiezingen er geen meerderheid in de Kamer was voor zo'n onderzoek. Volgens hem doet de PvdA er beter aan om te voorkomen dat een nieuwe situatie zoals rond Irak, opnieuw kan ontstaan. Het was de tiende keer dat de oppositie om een onderzoek vroeg.

Keuze

Het debat leidde bij SP, GroenLinks en D66 nog steeds niet tot de overtuiging dat het kabinet destijds de juiste keuze maakte om politieke steun te verlenen. Ze vonden dat vele vragen onopgehelderd bleven. De voorstanders van dat besluit - CDA, VVD, PVV, ChristenUnie en SGP - zagen hun overtuiging van destijds juist verstevigd en vonden de nadere antwoorden helder.

Premier Jan Peter Balkenende zag als winst van het debat van woensdag dat een brede Kamermeerderheid vindt dat zij goed is geïnformeerd tijdens de aanloop naar de oorlog en de insteek van Nederland. Een nader onderzoek is volgens het kabinet en een Kamermeerderheid niet nodig.

Kennis

"Als je met de kennis van nu gaat terugkijken had het heel anders kunnen aflopen", erkende de premier. Maar hij voegde eraan toe dat de ontwikkelingen van toen wel moeten worden beoordeeld op de informatie van toen.

Hij ging niet zover als de voorganger van Verhagen, Ben Bot, die eens opmerkte dat achteraf gezien de inval in Irak wellicht niet verstandig was. Wel gaf de premier een lacune in de kennis toe, omdat niemand precies wist hoe het zat. "Alleen de Iraakse dictator Saddam Hussein."