AMSTERDAM - Als een Europees land te maken krijgt met een grote terreuraanslag of kaping, moeten antiterreureenheden uit andere landen kunnen bijspringen.

Dat heeft Oostenrijk voorgesteld aan de justitieministers van de EU-lidstaten. "Geen enkele lidstaat kan pretenderen dat het over alle middelen en deskundigheid beschikt die nodig zijn in grootschalige crisissituaties," staat in een nog vertrouwelijk document. Daarin wordt een aantal voorbeelden genoemd van situaties waarin grensoverschrijdende bijstand nodig kan zijn.

Zo zou Nederland de bijstand moeten kunnen aanvragen van Belgische en Duitse speciale eenheden als een gekaapt Amerikaans vliegtuig op weg naar het Midden-Oosten op Schiphol landt om bij te tanken. Een ander scenario is een massale gijzeling in Luxemburg door islamitische extremisten. Luxemburg beschikt volgens het document niet over voldoende antiterreureenheden om zo'n situatie de baas te kunnen.

Afspraken

Om de grensoverschrijdende inzet van speciale eenheden mogelijk te maken, moeten de Europese landen juridische afspraken maken. Duidelijk moet zijn wie verantwoordelijk is voor eventuele schade of doden. Ook zijn afspraken nodig over de bevoegdheden van de buitenlandse eenheden die optreden.

Atlas

De antiterreureenheden van de Europese landen werken sinds 2004 al samen in het zogenaamde Atlasnetwerk. Binnen dat netwerk vinden gezamenlijke oefeningen plaats. Ook worden uitrusting, tactieken en communicatieapparatuur op elkaar afgestemd. In oktober 2004 oefenden Nederlandse, Belgische, Franse, Duitse en Zweedse speciale eenheden in de Rotterdamse haven op de beëindiging van de fictieve kaping van een zeeschip.