NEW YORK/WASHINGTON - De Verenigde Staten zijn militair en diplomatiek nog niet klaar voor een aanval op Irak. Dagbladen in de VS, met name The New York Times en The Washington Post, hebben zaterdag geschreven dat de wapeninspecties wat de Amerikaanse regering betreft nog wel even kunnen worden voortgezet. Mocht het daarentegen toch tot een gewapend conflict komen, dan kan Irak 'een regen van kruisraketten' verwachten, aldus de Amerikaanse zender CBS.

De reden te wachten is niet zo zeer bereidheid tot compromissen, maar het feit dat talrijke divisies nog bezig zijn hun spullen te pakken en pas over enkele weken in de regio arriveren. Voortzetting van de inspecties biedt de regering de gelegenheid om te proberen alsnog meer internationale steun te werven voor een eventuele aanval, maar tevens om de troepen in de regio op aanvalssterkte te brengen.

Diplomaten

Diplomaten verklaarden vrijdag in New York dat de wapeninspecteurs vermoedelijk een maand langer de tijd krijgen voor hun werkzaamheden in Irak. De Verenigde Staten hopen daarmee voldoende steun te krijgen in de Veiligheidsraad voor militaire actie.

"Op dit moment hebben we niet genoeg stemmen", aldus een diplomaat uit een van de vier landen in de Veiligheidsraad die voor optreden tegen Irak zijn. "Maar over een maand, als de inspecties met de huidige snelheid en intensiviteit doorgaan, hebben we ze misschien wel".

De Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld heeft de afgelopen weken een schare militairen naar het Midden-Oosten gestuurd, maar die staat daarmee nog niet in de startblokken langs de Iraakse grens.

'Een regen van kruisraketten'

In het geval van Amerikaanse militaire actie zal het vermoedelijk kruisraketten regenen op Bagdad en de rest van Irak zodat Iraakse soldaten de lust verliezen om te vechten. Dat plan ligt volgens de Amerikaanse zender CBS klaar als strategie voor een aanval op Irak.

Als het Pentagon vasthoudt aan zijn plannen zullen er op een dag in maart door de marine en luchtmacht tussen de driehonderd en vierhonderd kruisraketten worden afgevuurd, meldde de zender vrijdagavond op gezag van een hoge Pentagon-functionaris. Dat aantal is meer dan gedurende de hele Golfoorlog van 1991 die veertig dagen duurde.

Op de tweede dag zullen volgens de opzet evenveel raketten afgevuurd worden. "Er zal in heel Bagdad geen veilige plek te vinden zijn", aldus de functionaris op het ministerie van Defensie die de aanvalsplannen heeft ingezien. "De omvang hiervan is nooit eerder vertoond, nooit eerder beoogd."

Schok en Vrees

Het plan heeft de naam 'Shock and Awe' (Schok en Vrees) meegekregen en is gericht op het vernietigen van de wil van de tegenstander om te vechten in plaats van de vijand fysiek te vernietigen. "We willen dat ze stoppen. We willen dat ze niet vechten", aldus een van de opstellers van het plan tegen CBS.

Als het werkt zal een grondoorlog niet nodig zijn. In de regering-Bush is echter niet iedereen overtuigd dat de strategie zal werken. Tijdens de acties in Afghanistan werden de VS onaangenaam verrast door de vastberadenheid van al-Qaeda-strijders zich dood te vechten.

'Zeker twaalf landen steunen ons'

De VS rekenen bij zo'n eenzijdige aanval op Irak zonder de zegen van de VN-Veiligheidsraad, op de steun van zeker een dozijn buitenlandse regeringen. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, heeft dit zaterdag in Zürich gezegd. Hij erkende dat de regeringen liever een resolutie van de Veiligheidsraad zien, maar ook zonder zo'n besluit is er ruime steun aan Washington.

"Wij staan niet alleen", verzekerde Powell. "Ik zou er uit mijn hoofd minstens een dozijn kunnen opdreunen, maar ik denk dat er meer zijn.". De Amerikaanse bewindsman spreekt zondag in Davos het Wereld Economisch Forum toe.

Steun mager volgens media

De steun waar Powell op rekent, is volgens Amerikaanse media nogal mager. The Wahington Post spreekt zaterdag over 53 landen die door de Amerikaanse regering zijn benaderd om steun te geven een militaire 'campagne' tegen Irak. Daarvan zou slechts 'een handvol' positief hebben gereageerd. Maar diplomaten en functionarissen in Washington erkennen dat zelfs een handvol overdreven is als het gaat om het sturen van troepen.

De Amerikaanse regering weet dat het militair de aanval toch zelf moet doen, maar ze poogt een coalitie uit de grond te stampen voor internationale steun aan een aanval buiten de Verenigde Naties om. Die club noemt president Bush 'de coalitie der wilskrachtigen'.

Voorzover bekend hebben alleen Australië, Groot-Brittannië, Tsjechië en de VS troepen gestuurd naar de Golf, waar vier staten de buitenlandse militairen op hun grondgebied ontvangen. Een voormalig medewerker van de regering Clinton, Ivo Daalder van de denktank het Brookings Instituut, stelt in de Washington Post dat Bush' verzameling wilskrachtigen wel een heel erg kleine coalitie vormt.

Landen die op grond van verdragen, zoals dat van de NAVO, verplicht zijn Amerikaanse vliegtuigen of troepen toe te laten, kunnen niet tot de wilskrachtigen gerekend worden, meent Daalder. Enkel landen die daadwerkelijk bereid zijn mee te vechten. Een aantal Europese landen met conservatieve regeringen, zoals Italië en Spanje, hebben wel gesuggereerd dat ze steun zullen verlenen, maar concreet is er zelfs uit die landen nog niets dat erop wijst dat ze tot de club wilskrachtigen kunnen worden gerekend.

Geen steun van Pakistan

Pakistan verleent geen steun aan de VS bij een eventuele aanval op Irak. Dit heeft de Pakistaanse minister van Informatie, Sheikh Rashid, zaterdag gezegd. Rashid riep daarbij zowel Irak als de VS op verantwoordelijk te handelen. Irak moet de VN-resoluties uitvoeren en de VS moeten diplomatie een kans geven, aldus Rashid.

Verslag

Maandag brengen de leiders van de wapeninspectiemissie van de VN, Hans Blix, en van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) verslag uit aan de Veiligheidsraad van de VN in New York. De enige aanval die na die bijeenkomst wordt verwacht, moet in computerruimtes van de Amerikaanse strijdkrachten in Duitsland losbarsten. Daar begint een computersimulatie van een aanval op Irak waaraan vijf commandanten van Amerikaanse legerdivisies meedoen volgens de Washington Post.