DEN HAAG - Ruim 2800 kunstvoorwerpen die door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn uitgeleend aan andere ministeries en andere overheden, zijn verdwenen.

Op andere departementen verdwenen ruim 2055 stuks, bij gemeenten en onderwijs- en zorginstellingen zijn "enkele honderden" voorwerpen niet meer terug te vinden. Dit schrijft verantwoordelijk minister Ronald Plasterk aan de Tweede Kamer.

Plasterk heeft met de ministeries een financiële regeling getroffen om de verloren kunstschatten te compenseren. Het gaat daarbij om een bedrag van bijna 3 miljoen euro. Onder de vermiste voorwerpen is ook een schilderij van Karel Appel. Het doek 'Crime II' heeft een waarde van 52.185 euro.

Regeling

Ook met de verschillende instanties heeft Plasterk een regeling getroffen. Hier gaat het om een bedrag van 2 miljoen euro. Tussen de verdwenen voorwerpen zitten veel schilderijen, maar ook sculpturen, ledikanten, tafels en kasten zijn niet meer te vinden.

Twee jaar lang heeft het ministerie geprobeerd voorwerpen terug te vinden. Tweehonderd objecten konden teruggevonden worden. Minder dan 2 procent van de 2800 vermiste voorwerpen heeft een waarde boven de 10.000 euro. Om in de toekomst te voorkomen dat meer kunstvoorwerpen verdwijnen, heeft de minister de voorwaarden voor bruikleen verscherpt en betere controle op de contracten toegezegd.

Registratiesysteem

Plasterk zei na afloop van de ministerraad dat "deze situatie zich niet kan herhalen". Volgens de bewindsman is er inmiddels een "waterdicht registratiesysteem", waarin wordt bijgehouden waar de kunstobjecten zijn en onder wiens verantwoordelijkheid ze vallen.

Het nieuwe systeem kost het ministerie een paar miljoen euro.

"Maar dat is het wel waard." Plasterk gaat het betalen met de gelden die hij ter compensatie van de verdwenen kunst van de verschillende overheden heeft gekregen.