DEN HAAG - De frequentie van de APK-autokeuring gaat mogelijk omlaag. Verkeersminister Camiel Eurlings wil daarover overleg met de autobranche, Bovag en RAI Vereniging, en Veilig Verkeer Nederland, kondigde hij woensdag in een brief aan de Tweede Kamer aan.

De kersverse bewindsman reageert op een adviesrapport van CITA, een internationale koepel van instanties die zich bezighouden met periodieke autokeuringen.

CITA pleit ervoor om oudere auto's (vanaf zeven of acht jaar) jaarlijks verplicht te keuren. Over een eerdere invoering van de APK-plicht laat CITA zich niet uit.

In de EU is een APK na vier jaar nodig en daarna elke twee jaar. In Nederland is een eerste keuring al na drie jaar verplicht en daarna elk jaar.

Lasten

Het vorige kabinet wilde al terug in de APK-frequentie met het argument van lastenverlichting. Dankzij Eurlings voorgangster Karla Peijs werd een beslissing uitgesteld in afwachting van Europees onderzoek naar de APK.

De ANWB is wel voor een ander APK-regime. Bovag, RAI en VVN zijn er sterk op tegen wegens de gevolgen voor het milieu, de verkeersveiligheid en de werkgelegenheid.

Belofte

De branche vindt ook helemaal niet dat na het CITA-advies de APK "automatisch op de schop moet". In het advies staat bijvoorbeeld dat bij de keuringen meer aandacht nodig is voor elektronische systemen zoals ABS en airbags. Dat zou nog steeds vragen om regelmatige controle.

De met naam en toenaam opgevoerde organisaties mogen nu hun zegje doen bij de nieuwe bewindsman, die daarmee een oude belofte van zijn voorgangster nakomt. "Een eventuele lagere APK-frequentie verdient een zorgvuldige afweging", benadrukt Eurlings.