Kostte een liter benzine in 1971 ongeveer 31 eurocent, in juli 2008 stond de teller op de recordprijs van € 1,59. De prijs is in die periode vijf keer zoveel geworden.

Wie in 1971 zijn tank volgooide, was hier omgerekend gemiddeld slechts 12 euro voor kwijt. In juli 2008 klaagden automobilisten steen en been toen er aan de pomp voor dezelfde tank benzine bijna 64 euro moest worden neergelegd.

Dit blijkt uit cijfers van BOVAG/RAI. Niet meegenomen in deze cijfers is de inflatie in die periode, dat wil zeggen: de verhouding van de benzineprijs ten opzichte van de kosten voor de gemiddelde boodschappen van elke Nederlander.

Inflatie

Wanneer de inflatie in de rekensom wordt verwerkt, blijkt dat de benzineprijs in werkelijkheid ruim 1,5 keer sneller is gestegen dan die van de boodschappen. De cijfers geven ook aan dat de tweede oliecrisis (1979 – 1981) voor een flinke verhoging van de brandstofprijzen heeft gezorgd.

Opvallend is dat juist de prijsstijgingen van de afgelopen negen jaar en de lage inflatie in die periode ervoor hebben gezorgd dat benzine zo veel duurder geworden is.

Accijns

Ook ontstaat er een duidelijk beeld van de accijnsverhogingen die sinds 1990 zijn opgelegd. Bedroeg de accijns op een liter euro 95 ongelood in 1990 nog zo’n 36 eurocent, in 2008 was dit gestegen tot bijna 70 eurocent.

De grootste verhoging vond plaats in 1991 toen de accijns in één keer meer dan 8 cent steeg vanwege de introductie van het beruchte ‘Kwartje van Kok’.

Volkswagen