De elektrische auto wordt vaak gepresenteerd als het duurzame alternatief voor rijden met een brandstofmotor. Maar hoe duurzaam zijn die stekkerauto’s nu eigenlijk écht, en wat valt er nog te verbeteren de komende jaren? De experts van Volvo vertellen het eerlijke verhaal.

Eén conclusie staat alvast als een paal boven water: tijdens het rijden is een elektrische auto talloze keren duurzamer dan een vergelijkbaar model met een benzine- of een dieselmotor. Onderzoeken van het onafhankelijke instituut TNO tonen aan dat de balans al heel snel doorslaat in het voordeel van een elektrische auto. Zeker wanneer de stroom in de batterijen duurzaam is opgewekt (denk aan windenergie, zonnepanelen of waterkracht), ligt de totale CO2-uitstoot van een elektrisch model tot wel 70 procent lager.

Wat overeind blijft: nog altijd komt er veel energie kijken bij het máken van een auto – ook als deze elektrisch is. Het vinden en verzamelen van grondstoffen, het vervoeren en verwerken in fabrieken en het daadwerkelijke productieproces: heel veel zaken hebben invloed op de zogenoemde ecologische voetafdruk van een auto. Ofwel: wat is de impact van het model op de wereld om ons heen?

Duidelijke doelen

Die vraag houdt ook autofabrikanten in toenemende mate bezig. De laatste jaren heeft het Zweedse merk Volvo bijvoorbeeld duidelijke doelen gesteld. Zoals: de milieu-impact van (elektrische) auto’s moet tot het minimum worden beperkt. Of, anders gezegd: de auto’s moeten zo duurzaam mogelijk worden. Daarbij wordt het complete proces van begin tot eind verbeterd: grondstoffen worden verantwoord gewonnen, de productie vindt duurzaam plaats en het vervoer van geproduceerde auto’s gaat tegenwoordig per trein – en niet langer op een vervuilend containerschip.

Ook richt de Scandinavische autofabrikant zich al jaren op het beter hergebruiken van materialen. Al in de jaren veertig van de vorige eeuw begon Volvo als één van de eerste merken met het opnieuw benutten van (gereviseerde) onderdelen en sindsdien vervult het bedrijf een pioniersrol op dit vlak. In 2018 was Volvo bijvoorbeeld als enige automerk aanwezig op de G7 Ocean Partnership Summit, een internationale bijeenkomst over het terugdringen van het wereldwijde plasticprobleem. Opnieuw startte Volvo een trend: uiterlijk in 2025 moet minstens een kwart van alle kunststoffen in nieuwe Volvo’s vervaardigd zijn uit gerecycled materiaal. Die aanpak zie je nu al terug in de huidige Volvo-modellen, waar onder meer afgedankt oceaanplastic en hergebruikte petflessen een nieuw leven krijgen.

Dit doel is eveneens de reden waarom Volvo steeds vaker kiest om geen dierlijke materialen meer te gebruiken. Luxe zonder leer, zeg maar. Buiten het feit dat deze keuze bijdraagt aan een beter dierenwelzijn op de wereld, is een interieur zónder dierenhuid beter te recyclen. Bovendien zijn de alternatieve bekledingssoorten van tegenwoordig even fraai als veelzijdig. Neem de sfeervolle wolmix die beschikbaar is in verschillende nieuwe Volvo-modellen: dat materiaal ziet er luxueus uit en wordt aangenaam warm op koude dagen, terwijl het juist koel blijft op warmere momenten.



Betere batterijen

Het bewuste denken doet Volvo momenteel ook bij de accu’s in de huidige geëlektrificeerde modellen. Dat begint bij het winnen van de ruwe materialen zoals kobalt, lithium en nikkel in mijnen die uiterst nauwkeurig worden gemonitord. De werkomstandigheden zijn goed, er is geen sprake van kinderarbeid en de duurzame herkomst van de materialen wordt van begin tot eind gewaarborgd door middel van blockchaintechnologie.

Ook aan het einde van de levenscyclus springt Volvo niet achteloos met de accucellen om, maar worden de nog bruikbare onderdelen en materialen verzameld en opnieuw gebruikt in nieuwe accu’s voor auto’s. Mochten de batterijen daar niet meer geschikt voor zijn, kunnen ze worden gebruikt als extern energieopslagsysteem. In de buurt van Göteborg staat al zo’n voorziening, waarin zonne-energie wordt opgeslagen voor later gebruik.

Voor de accu’s van toekomstige elektrische auto’s gaan de Zweden nog een stapje verder. Zo sloeg Volvo recent de handen ineen met Northvolt, een leidende partij in het duurzaam produceren van batterijen. Volvo’s CEO Håkan Samuelsson omschrijft de samenwerking als volgt: “Momenteel vertegenwoordigt de productie van batterijen voor volledig elektrische Volvo’s een groot deel van de totale koolstofuitstoot van de auto tijdens zijn levenscyclus. Door onze krachten te bundelen kunnen we de batterijen duurzamer produceren in de buurt van onze fabrieken. En dankzij de bouw van een nieuwe ‘gigafabriek’ die voor honderd procent op duurzame energie draait kunnen we onze CO2-voetafdruk drastisch verminderen. Bovendien werken we samen aan de volgende generatie accu’s, die op meerdere vlakken zeer veelbelovend is.”

Staal: ‘fossielvrij’ is de toekomst

Dat er nog meer werk aan de winkel is, bewijst een ander onderzoek dat Volvo ondertussen gestart is. Als eerste autofabrikant ter wereld bestudeert het merk – samen met de Zweedse staalproducent SSAB – of het mogelijk is om bij de productie van auto’s staal te verwerken dat geproduceerd is zónder het gebruik van fossiele energie. Dit ‘fossielvrije’ staal kan voor een indrukwekkende verlaging van de totale CO2-uitstoot zorgen, omdat het enorm veel energie vergt om van ijzererts staal te maken. Op dit moment gebruikt de zware industrie daar nog cokeskolen (een soort steenkool) voor, maar Volvo wil voor dit proces duurzaam opgewekte elektriciteit en waterstof gaan inzetten.

Ook hier geldt dat het merk vol inzet op hergebruik en circulair denken, vertelt Anders Kärrberg, Head of Global Sustainability bij Volvo Cars: “Omdat we tegen 2040 een klimaatneutrale onderneming willen zijn, creëren we een gesloten materiaalkringloop voor ‘emissiezware’ metalen zoals staal en aluminium. We willen materialen waar mogelijk hergebruiken, repareren en opknappen.” Die aanpak mist zijn uitwerking niet: in 2020 werden ongeveer 40.000 onderdelen gereviseerd, waardoor bijna 3.000 ton aan CO2-uitstoot is bespaard.