Hoe meer we leren over luchtkwaliteit, hoe meer we ons realiseren dat schadelijke deeltjes een grote impact op onze gezondheid hebben. Onderzoeksorganisatie TNO hoopt dat die kennis niet tot angst, maar juist tot actie leidt.

Dat de lucht naast een snelweg of in een rookruimte ongezond is weten we al lang. De laatste jaren wordt echter steeds duidelijker dat ook alledaagse bezigheden vaak gepaard gaan met het inademen van schadelijke deeltjes. "We weten dat al die deeltjes samen toch een hoop schade kunnen aanrichten, dus het is belangrijk dat we hier meer over leren", zegt Anjoeka Pronk, blootstellingsdeskundige bij TNO.

Slechte lucht

De gevolgen van slechte lucht liegen er niet om. Zo'n 80 procent van alle ziektes wordt niet veroorzaakt door onze genen, maar door omgevingsfactoren. Blootstelling aan schadelijke deeltjes in de longen is daarbij een belangrijke factor. Longkanker en COPD zijn bekende voorbeelden, maar ook hart- en vaatziektes en wellicht zelfs alzheimer hangen samen met het inademen van deeltjes zoals fijnstof en rook.

Naast de traditionele veroorzakers zoals het verkeer, de industrie en de landbouw is tegenwoordig ook bekend dat houtstook een grote bijdrage levert aan slechte luchtkwaliteit. TNO helpt om beter inzicht te krijgen in op welke locaties mensen veel worden blootgesteld aan luchtverontreiniging en welke bronnen hier vooral aan bijdragen. Zo kunnen zij overheden en burgers handvatten geven hoe hiermee om te gaan.

Wierook en stofzuigen

In het gemiddelde huishouden laat de luchtkwaliteit volgens TNO te wensen over. Pronk: "Als je stofzuigt, kookt, wierook brandt of de open haard aansteekt, gaat het aantal deeltjes in de lucht in je woning sterk omhoog. We weten nog weinig over de specifieke schadelijkheid van die deeltjes. Dat hoef je mensen met astma of COPD niet uit te leggen, maar andere mensen kijken er vaak nog van op."

"Het betekent natuurlijk niet dat niks meer kan of mag, maar het is goed om bewuste keuzes te maken. Ik steek gewoon nog wel eens kaarsen aan en je moet vooral blijven koken en stofzuigen. Maar ook altijd goed ventileren. Wat we wel zien is dat de blootstelling binnen ook wordt veroorzaakt door bronnen buiten. Bijvoorbeeld tijdens de ochtend- en avondspits, zie je dat de niveaus in steden ook binnenshuis omhoog gaan. Door slimmer te ventileren zou je de luchtverontreinigingsniveaus binnen kunnen beperken."

Luchtsensor in de woonkamer

"We ontwikkelen bij TNO gelukkig steeds nauwkeurigere meetapparatuur, bijvoorbeeld een deeltjessensor die de chemische samenstelling van deeltjes kan bepalen. Zo kan de schadelijkheid, maar ook de bron van de deeltjes beter voorspeld worden."

"Daarnaast worden we steeds beter in het analyseren en combineren van data en modellen", gaat Pronk verder. "We richten ons hierbij op het identificeren van bronnen en oorzaken van blootstelling. Dat leidt tot innovaties die nu nog vooral gericht zijn op overheden of grote bedrijven om een gezonde leef- en werkomgeving te creëren. Bijvoorbeeld door gemeenten inzicht te geven waar huizen of speelplaatsen te bouwen. Maar we helpen ook mensen met luchtwegaandoeningen om hun klachten zelf onder controle te houden door goed geïnformeerd te ventileren en binnenbronnen te elimineren. Die innovaties zijn straks hopelijk beschikbaar voor iedereen."

"Er zijn al sensorboxen voor in de woonkamer en slimme thermostaten die luchtkwaliteit weergeven. Het lijkt me een kwestie van tijd voordat bijvoorbeeld ook wielren- en hardloop-apps informatie geven over luchtkwaliteit. Soms is het geen slecht idee om net even een andere route te nemen of iets later te vertrekken. Een stukje omlopen of omfietsen maakt dan al verschil."

Genen voorspellen minder dan gedacht

Ondanks dat TNO de afgelopen jaren veel vooruitgang heeft geboekt op het gebied van het meten en beoordelen van de luchtkwaliteit, staat het onderzoek naar hoe (verschillende) blootstellingen precies samenhangen met gezondheid nog in de kinderschoenen. "Dit is echt een jong vakgebied", zegt Pronk. "Begin deze eeuw is het menselijk genoom (de verzameling van alle genen) volledig in kaart gebracht. Daaruit bleek dat onze genen lang niet zoveel voorspellen over ziektes als we dachten. Toen pas zijn we goed gaan kijken naar externe factoren zoals stress en schadelijke stoffen. Alle externe factoren samen noemen we het exposoom."

Volgens TNO zullen we pas echt goed begrijpen hoe ziektes werken als we snappen wat de relatie is tussen het exposoom en gezondheid. Als dat lukt, kunnen we bijvoorbeeld uitleggen hoe het kan dat sommige rokers tachtig worden. Maar dat is toekomstmuziek, denkt Pronk. "Voor nu is het belangrijk om persoonlijke blootstellingen beter in kaart te kunnen brengen. Inzicht in wanneer, waar en aan welke bronnen mensen worden blootgesteld biedt mogelijkheden voor gerichte preventie."

Benieuwd hoe TNO bijdraagt aan schonere longen en een gezonder leven voor iedereen? Lees dan verder op de website van TNO en zie het voor je.