Dit artikel is afkomstig uit Veronica Magazine. Michael Boogerd rekende als profwielrenner vaak op indrukwekkende wijze af met meer dan honderd tegenstanders. Na zijn carrière kreeg hij te maken met een opponent die veel moeilijker te verslaan was: Het Zwarte Gat.

Hoe kijk je terug op de jaren in het zadel?

"Met heel veel plezier en gepaste trots. Ik had het voor geen goud willen missen. Ben je eenmaal prof dan is het een keiharde wereld waarin je uren alleen moet trainen in de regen of kapotgaat in de bergen, weer eens valt en tweehonderd dagen van huis bent. Maar ook in die tijd heb ik prachtige momenten beleefd. Ik kan het iedereen aanraden. Maar ik verheerlijk het niet; mijn huis staat niet vol met bokalen."

Je hebt ook flink last gehad van het beruchte zwarte gat na je profcarrière.

"Wat het voor mij zo lastig maakte, is dat ik nooit meer ergens de spanning, de drive, de ambitie en de passie terugvond die ik voor mijn sport had gevoeld."

“Afscheidsfeest gehad en daarna van bijna niemand meer wat gehoord”

Had je niet begeleid moeten worden?

"Zeker. Veel mensen rond de Rabo-ploeg zeiden: 'We gaan je helemaal begeleiden en klaarmaken voor het stoppen, want dat is niet niks, hoor.' Ik dacht: lul niet, dat komt wel goed. Uiteindelijk hebben die mensen weinig voor me gedaan. Maar dat lag ook aan mij, ik had aan de bel kunnen trekken. Nu wordt dat allemaal veel beter geregeld, maar in mijn tijd was het helemaal niet aan de orde. Mooi afscheidsfeest gehad en daarna van bijna niemand meer wat gehoord."

Was het vanwege dat zwarte gat dat je je zo fanatiek stortte op die BN'er-programma's? We zagen je bijvoorbeeld ijsdansen en boksen.

"Die programma's kwamen een beetje in de buurt van die drive die ik zo miste. Ik ging er ook volledig voor, trainde zeven dagen in de week. Ik heb ook nog ander werk gedaan, zoals pr-dingen voor de Rabobank en ik ben ploegleider geweest bij ploeg Roompot. Dat heb ik professioneel uitgevoerd, alleen kon het niet tippen aan de motivatie die ik had als profrenner."

Je zoon is zestien inmiddels. Gaat hij ooit in de voetsporen van zijn vader treden?

"Hij heeft zeker talent maar doet er verder weinig mee. We hebben een keer samen La Plagne gedaan, waar ik in 2002 de Koninginnerit won in de Tour. Dat was genieten. Samen in de auto ouwehoeren, lekker eten, fietsen en weer naar huis. En de grap is: als we sprinten, wint hij. Dus tijdens een lange rit probeer ik hem onderweg te slopen, want dat is de enige manier om hem op het eind te kloppen."