Dit artikel is afkomstig uit het tijdschrift Quest Psychologie. We denken vaak dat depressieve jongeren en games een slechte combinatie vormen. Maar er is ook wetenschappelijk bewijs voor het tegendeel: games kunnen helpen om angst en depressie te bestrijden

DEEP-VR is een game die gemaakt is door spelontwerper Owen Harris in 2013. Hij had last van paniekaanvallen en maakte de game om zichzelf te leren ontspannen in een situatie die levensecht aandoet. DEEP-VR is een van de spellen die wordt getest in het Games for Emotional and Mental Health Lab (GEMH Lab) van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

De onderzoekers proberen onder meer angst en depressie te bestrijden met behulp van games. "Veel mensen denken nog steeds dat gamen een eenzame bezigheid is", zegt onderzoeker Hanneke Scholten van het GEMH Lab. "Maar voor de meeste jonge mensen is het juist een aanvulling op hun offline sociale leven. Zodra therapeuten dat begrijpen, verandert hun perspectief. Als ze zien wat wij doen, zijn ze meestal snel overtuigd." Bij het GEMH Lab testen en ontwikkelen ze spellen die gebaseerd zijn op bewezen principes uit de psychologie.

Angstige situatie nabootsen

Een bekend principe uit de psychologie is bijvoorbeeld exposure. In een therapie tegen angst stel je jezelf stap voor stap bloot aan datgene waar je bang voor bent. In DEEP-VR gebeurt feitelijk hetzelfde. "Het is moeilijk om te oefenen met rustig ademhalen in een niet-angstige situatie", legt onderzoeker Anouk Tuijnman uit. "Dus hoe leer je jezelf aan om rustig te blijven ademhalen als je in paniek bent? Met virtual reality kun je zulke situaties goed nabootsen."

Controle over je angsten

Een ander psychologisch principe is dat mensen eerst moeten geloven dat ze kunnen veranderen, voordat ze het kunnen. "In onze games zit de boodschap dat je niet voor altijd aan je depressie of je angst vastzit", vertelt hoogleraar orthopedagogiek Isabela Granic, die de leiding heeft over het lab. "Door te oefenen, kun je je gedachten beter controleren."

Er is bijvoorbeeld een game voor bange kinderen, waarin de monsters, de omgeving en de spelletjes zich aanpassen aan de gevoelens van de speler. Daardoor leren kinderen om controle te krijgen over hun angsten. Omdat veel jongeren toch al gamen, is het voor hen een kleine stap om games als hulpmiddel te gebruiken. Bovendien kleeft er aan games niet zo’n stigma als aan therapie.

Hoe kalmer, hoe beter je speelt

De games zijn niet bedoeld om therapie te vervangen, ze zijn een hulpmiddel. Neem MindLight, een game voor angstige kinderen van acht tot twaalf jaar. In plaats van saaie oefeningen doen ze dit spel voor langere tijd. MindLight is zo gemaakt dat kinderen leren om hun aandacht af te leiden van angstige gedachten.

Ze dragen een zogeheten ‘neurofeedbackheadset’. Die ziet eruit als een hoofdset met een microfoon eraan die op het voorhoofd is gericht. Alleen is dat geen microfoon, maar een instrument dat hersenactiviteit meet. Met hun hersenactiviteit kunnen de spelers hun mindlight bedienen. Hoe kalmer de speler is, hoe feller het licht wordt en hoe minder eng zijn omgeving is.

Omgaan met afwijzing

Games kunnen ook helpen om te analyseren waar iemand last van heeft. Nu laten therapeuten nieuwe cliënten vaak een vragenlijst invullen over hun symptomen. Het nadeel daarvan is dat de patiënten vaak sociaal wenselijke antwoorden geven. Anouk Tuijnman: "In een game zie je meteen hoe ze echt met situaties omgaan."

Dat werkt ongeveer zo: je komt voor een kennismakingsgesprek bij een therapeut. Terwijl je in de wachtkamer zit, mag je alvast een game spelen. In dit geval is dat de multiplayergame Scroll-Quest, bedoeld voor jongeren vanaf vijftien jaar. Samen met drie andere spelers bevecht je monsters in een ruimteschip. Wat jij niet weet, is dat de andere spelers de opdracht hebben gekregen om jouw vragen en hulpgeroep te negeren.

ScrollQuest is gemaakt om te meten hoe gevoelig mensen zijn voor afwijzing. Omdat de therapeut meekijkt terwijl jij gamet, kan hij zien hoe je reageert op de afwijzing door je medespelers. Dat is belangrijk, want uit onderzoek is gebleken dat mensen die gevoelig zijn voor angst en depressie anders op afwijzingen reageren. Ze zijn minder flexibel, betrekken afwijzing eerder op zichzelf en reageren vaak bozer of verdrietiger dan andere mensen.