Dit artikel is afkomstig uit het tijdschrift Veronica Magazine. Dat het goed toeven is op slechts enkele vierkante meters, dat weten Astrid, Alexandra en Judith inmiddels zeker. Lees hieronder hun verhaal.

Astrid van Rens (46) woont en werkt met haar dochter (18) op een krappe 40 m² in Eindhoven

“Dankzij woningruil zit ik nu weer lekker in de binnenstad. In het mooiste huisje uit de straat, ook al is het piepklein. Fijn, want mijn dochter vliegt binnenkort uit en wat moet ik anders met zo’n groot huis? Ik heb van veel spullen afstand genomen; kleding, boeken, mijn bureau, kasten. Maar ik mis niks. Ik heb nu een grote tafel waar ik aan eet en werk, en dat vind ik veel fijner.

Ik neem nu letterlijk minder ballast mee. En dit piepkleine huisje is ook nog eens mijn werkplek. Ik heb een online yogaschool en geef couchyoga op mijn bedbank of op een stoel. Ik klap mijn bed gewoon in, pak mijn daglichtlampen erbij en dan begin ik met uitzenden via livestreams op social media. Twee keer per week geef ik les, dus moet de boel hier altijd spic en span zijn. Het zou ook niet anders kunnen, hoor. Zelfs mijn aanrecht is te klein om drie kopjes op te laten staan. Ik moet dus ook wel een vaatwasser hebben.

“Krankzinnig hoe groot we soms willen wonen. Hoeveel ruimte heb je echt nodig?”

En toch: dit formaat huis is prima. Het is toch krankzinnig hoe groot we soms willen wonen? Hoeveel ruimte moet je nou eigenlijk hebben? Hoeveel spullen heb je nu echt nodig? Je moet gewoon handig zijn met de ruimte die er is. Ik heb veel inspiratie gehaald uit het YouTube-kanaal Living Big in a Tiny House. Mijn lievelingsplekje is het bankje voor mijn huis, waar ik zo fijn een kop koffie kan drinken in de ochtendzon. Dit huis voelt zo veel gezelliger dan mijn vorige doorzonwoning. Het heeft veel meer intimiteit in zich. Overal heb ik nisjes en hoekjes. Hier wil ik echt niet meer weg.”

Alexandra Tromp (52) woont met haar man op een zeilboot

“We hebben ons huis verkocht en wonen nu alweer ruim twee jaar op de boot. Op termijn willen we ermee op wereldreis. Het voelt alsof we altijd op vakantie zijn. Die vrijheid is gewoon fantastisch. Zodra het weekend is, varen we uit. En op een mooie zomeravond ook.

Naast een kleine kajuit met een stapelbed dat omgebouwd is tot ‘inloopkast’ hebben we in de punt nog een kajuit met een tweepersoonsbed. Onze eigen slaapkamer is precies groot genoeg. We kunnen allebei aan onze eigen kant in bed stappen.

“Ik had een studeerkamer met duizenden boeken, nu heb ik een e-reader”

Niet alles gaat zo vanzelf als in een huis. In die koude maanden is het bijvoorbeeld behelpen met water, omdat we dan met de haven moeten afspreken wanneer we samen met de buurboten water gaan tanken. Wassen doe ik dan op de wal. Maar we helpen elkaar ook, en dat vind ik mooi.

We hebben heel veel weggegooid toen we op de boot gingen wonen. Ons hele hebben en houden hebben we verkocht. Wat moet je ook met al die troep die je door de jaren heen verzamelt? Ik had vroeger een studeerkamer met duizenden boeken, nu heb ik een e-reader. En als ik nu een paar schoenen koop, moet ik eerst een ander paar wegdoen. Mijn man heeft een stapelbed omgebouwd tot inloopkast en we kunnen het een en ander opbergen onder de banken en in kleine kastjes, maar dat is het.”

Judith Penninx (45) woont met haar drie pubers in een kubuswoning in Helmond

"Ik ging na mijn scheiding van een villa naar een kubus. Mijn kinderen en ik moesten echt heel veel weggooien, maar dat was stiekem ook wel lekker. Je voelt meer rust met minder spullen. Alles in huis is scheef, daardoor is de leefruimte niet groot.

We slapen met z’n allen op één kamer, dat is de middelste woonlaag. Hier hebben we wel allemaal een eigen plekje. Geen bed, want dat past niet, maar gewoon een matras en allemaal kussens op de grond. Kasten heb ik ook niet, die kan ik nergens kwijt. Tegen de enige rechte muur in ons huis staat een bureau voor de kinderen, dat vind ik belangrijker dan een kast. En geen tv, want dat is een ramp met rondzingend geluid. Netflixen doen we gewoon op de iPad, met oortjes in.

“We slapen met z’n allen op één kamer”

Dit huis is bedacht door een kunstenaar, Piet Blom, die graag wat meer leven wilde in Helmond. Nou, dat is gelukt, want er staan elke dag wel toeristen onder mijn raam. Mensen bellen vaak aan om even binnen te kijken. Soms zelfs hele schoolklassen.

Ja, het is klein. Maar als je geen andere mogelijkheden hebt, kan ineens alles. Je moet gewoon heel creatief zijn met de ruimte. Inmiddels zien we de stad als verlengde van onze woonkamer. De bieb zit om de hoek, terrasjes ook. De wereld is onze tuin. Als ik nu een groot huis in de stad aangeboden krijg, zou ik het niet doen. Oké, mijn vriend past er helaas niet bij, maar latten is ook prima.”