Dit artikel is afkomstig uit het tijdschrift Panorama. Sommige sporters zijn zó getalenteerd dat ze het niet bij een discipline kunnen laten. Dit zijn de sporters met een onverwachte tweede talent.

Michael Jordan, basketbal en honkbal

Michael Jordan is 30 als hij opeens een persconferentie belegt. Hij is net drie keer op rij kampioen geworden met de Chicago Bulls, is onbetwist de beste speler van de NBA, maar hij kapt ermee. Hij wil gaan honkballen.

Die beslissing heeft veel te maken met de roofmoord op zijn vader – een groot honkbalfan – van eerder dat jaar (1993). "Dit is wat mijn vader altijd wilde dat ik ging doen. Door hem leerde ik op mijn zesde honkballen. Ik weet zeker dat hij alles nauwlettend volgt."

Zijn honkbalprestaties zijn lang niet goed genoeg om de Major League te halen, maar een niveau daaronder werkt hij zich een slag in de rondte om zich te verbeteren. Na een afwezigheid van anderhalf jaar keert hij terug in de NBA. "Uiteindelijk zag ik in dat ik alleen maar basketballer ben. Dat is wie en wat ik ben, meer niet."

Fabien Barthez, voetbal en autosport

Na zijn carrière heeft de oud-doelman van onder meer Manchester United zich toegelegd op de autosport. "Motorsport heeft me altijd gefascineerd, al toen ik voetbalde. Ik wilde weten hoe het voelt om in een raceauto te zitten. Om dat te ervaren moest ik wachten tot mijn voetbalcarrière voorbij was."

Barthez rijdt alleen in kleinere wedstrijden, tot hij in 2014 voor het eerst aan de start staat van de befaamde 24 uur van Le Mans. Samen met oud-Formule 1-coureur Olivier Panis heeft Barthez nu een eigen raceteam: The Panis Barthez Compétition.

John Surtees, auto- en motorsport

Het is allebei racen, maar rijden op twee of op vier wielen, dat maakt nogal verschil. Voor de meeste mensen dan, niet voor John Surtees. De Brit is nog altijd de eerste (en waarschijnlijk ook de laatste) die zowel met de auto als met de motor op het hoogste niveau reed en wereldkampioen werd.

Van 1958 tot en met 1960 wordt hij wereldkampioen in de 350 én 500 cc-klasse. Formule 1-teams willen hem naar de autosport lokken, maar het antwoord van Surtees is steeds hetzelfde. "Nee, ik ben een motorcoureur." Hij zegt: "Ik had nog nooit in een raceauto gezeten. Zelfs nog nooit een race gezien, je had toen uiteraard ook nog geen wedstrijden op televisie."

Uiteindelijk zwicht hij voor de nieuwe uitdaging en zal hij nog twaalf jaar Formule 1 rijden. In 1964 wordt hij zelfs wereldkampioen. John Surtees is twee jaar geleden overleden. Hij is 83 jaar geworden.

Primoz Roglic, wielrennen en schansspringen

"Toen ik pas begon, hield ik er al van om in de bergen te rijden. Pas later bleek dat ik ook kan tijdrijden. Ik wil gewoon goed zijn in alles wat ik doe," aldus de Sloveen.

Roglic heeft de fiets ook nooit geambieerd, de schans is zijn domein. Wint met zijn land goud en zilver op het WK bij de junioren. Maar een val in 2007 verandert alles. Hij lanceert zichzelf te snel, verliest zijn evenwicht en landt op zijn hoofd. Roglic komt er vanaf met een zware hersenschudding en dat hij het kan navertellen is een wonder. Hij haalt daarna echter nooit meer zijn oude niveau, ook vanwege pijnlijke knieën.

Om aan voldoende lichaamsbeweging te komen, neemt hij zijn toevlucht tot de fiets. En ook daar blijkt hij talent voor te hebben. Op bescheiden niveau fietst hij een jaar of drie rond, voordat hij kan tekenen bij Lotto-Jumbo. Een puik staaltje scoutingswerk, want inmiddels is Roglic uitgegroeid tot een wereldtopper, met etappezeges in de Ronde van Italië en de Ronde van Frankrijk. In de Tour werd hij vorig jaar zelfs vierde in het eindklassement.