In harde bewoordingen veroordeelde demissionair minister-president Mark Rutte vorige maand de Hongaarse antihomowet, die het 'promoten' van homoseksualiteit en het veranderen van sekse verbiedt. Ruttes boodschap past in de Nederlandse traditie van opkomen voor homorechten. Maar hoe ver zijn we zelf eigenlijk met de acceptatie van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender- en intersekse personen (lhbti'ers)?

"Nederland staat internationaal bekend als een progressief, vrijzinnig land met een voorbeeldfunctie", zegt sociaalwetenschapper Laurens Buijs, die aan de UvA onderzoek doet naar discriminatie en uitsluiting van lhbti'ers. "Aan de ene kant is dat beeld terecht: de strijd van de homobeweging voor gelijke rechten is de afgelopen decennia zeer succesvol geweest en de steun voor het homohuwelijk is heel groot in Nederland. Aan de andere kant zorgen subtiele vormen van uitsluiting nog steeds voor lichamelijke en geestelijke problemen bij lhbti'ers."

Gevolgen van geweld en discriminatie

Het meest in het oog springende probleem is fysiek geweld: deze week werd een 14-jarig meisje in Amstelveen zwaar mishandeld nadat ze geen antwoord wilde geven op de vraag of ze een jongen of een meisje was. Volgens Buijs heerst in de lhbti-gemeenschap vaak het gevoel dat het geweld toeneemt, maar geven de cijfers geen eenduidig beeld.

"Het gaat om enkele honderden gevallen per jaar, waarvan de meeste in Amsterdam, maar incidenten worden niet elk jaar op dezelfde manier geregistreerd en niet alle incidenten krijgen de juiste code mee van de agent die de aangifte opneemt. Daardoor is heel moeilijk vast te stellen of er een toename is in geweld tegen lhbti'ers of dat bijvoorbeeld alleen de bereidheid om aangifte te doen is toegenomen."

Wel staat vast dat lhbti'ers relatief vaker te maken hebben met fysiek geweld. Hetzelfde geldt voor verslaving, depressiviteit, burn-out, eenzaamheid en suïcidale gedachten. "Levenslange blootstelling aan subtiele vormen van uitsluiting door bepaalde aannames, grapjes en beslissingen kan desastreus zijn voor hun gezondheid en zelfbeeld. Denk aan een vraag als 'Wie is het vrouwtje?' aan een homostel of het idee dat er geen homo's in het voetbal zijn 'omdat homo's niet kunnen voetballen'."

'De heteronorm zit diep verankerd'

Volgens Buijs is discriminatie op basis van seksualiteit en gender (de sociale rollen en verwachtingen die horen bij het hebben van een bepaald lichaam) niet verdwenen, maar van gedaante veranderd. "Uitsluiting van lhbti'ers op scholen en sportclubs en bij bedrijven en overheidsinstanties gebeurt vaak onbedoeld en onbewust. Dat komt omdat de heteronorm heel diep verankerd zit in ons systeem."

Volledige acceptatie van lhbti'ers begint bij het ter discussie stellen van die norm, zegt Buijs. "Door de verzuiling, die onze samenleving verdeelde in verschillende religieuze en sociaal-economische groepen, kent Nederland een lange traditie van langs elkaar heen leven. Van dat soort tolerantie spat de empathie niet echt van af. We zouden ons veel meer moeten afvragen wat het betekent om lhbti'er te zijn en wat hun ervaring van uitsluiting zegt over onze samenleving. Want zij zitten nu echt nog in de hoek waar de klappen vallen."

Heteroseksuele bastions

De eerste stap is bewustwording: durven inzien dat we onbewust oordelen op basis van "stille, verstopte normen". "Veel bedrijven investeren nu volop in diversiteitsbeleid, dat zou op scholen en sportclubs ook moeten gebeuren. Voetbal, tennis en hockey zijn echt nog heteroseksuele bastions. Zeker voor jongens is het een probleem om niet aan de heteronorm te voldoen.

Jongeren bewust maken van de problemen die lhbti'ers ondervinden door uitsluiting zou volgens Buijs overheidsbeleid moeten zijn. "Iedere school en sportclub heeft zijn eigen cultuur en uitdagingen, dus je moet ze niet één hapklaar programma door de strot duwen. Maar de vrijblijvendheid moet er wel van af."

Iedereen heeft baat bij betere voorlichting en wederzijds begrip, zegt Buijs. "We weten uit onderzoek dat in een klimaat waarin lhbti'ers zich veilig en prettig voelen, ook heterojongeren beter functioneren, gelukkiger zijn en meer ruimte hebben voor hun emoties en intuïtie. Het is dus in het belang van ons allemaal om af te rekenen met die heteronorm en ons scheve zelfbeeld over de acceptatie van lhbti'ers."

Beter registreren en meer straffen

Naast goede voorlichting over subtiele vormen van uitsluiting is betere registratie van geweldsincidenten volgens Buijs van groot belang. "Dat moet een krachtsinspanning zijn van politie, justitie en het openbaar ministerie. Train politieagenten in het herkennen van discriminatie en het registreren van incidenten. Op dit moment worden heel weinig daders veroordeeld, terwijl een goede strafmaat voor geweld tegen lhbti'ers juist heel belangrijk is. Als signaal naar de samenleving dat we dit niet toestaan, maar ook om de getraumatiseerde slachtoffers te laten zien dat een dader niet zomaar wegkomt met wat hij heeft gedaan."

Buijs ziet binnen de lhbti-gemeenschap het ongeduld over het gebrek aan daadkracht bij de overheid toenemen. "Er wordt niet langer genoegen genomen met hoe het nu is. Steeds meer jongeren weigeren zich vast te pinnen op labels. Voor hen zijn seksualiteit en gender een ontdekkingstocht. Op media als Netflix en TikTok, waar je de jongerencultuur in actie ziet, wordt dat idee heel snel opgepikt."

Er is nog een lange weg te gaan, maar de laatste ontwikkelingen zijn veelbelovend. Met Lisa van Ginneken heeft Nederland voor het eerst een transgender Tweede Kamerlid en volgens Buijs is het een kwestie van tijd voor de eerste homoseksuele profvoetballer uit de kast komt. "Uiteindelijk is de verandering niet tegen te houden, maar zelfs in het progressieve, tolerante Nederland hebben we echt nog huiswerk te doen."

Stel je vraag aan de wetenschap

Heb jij meer vragen over de acceptatie van lhbti'ers? De Nationale Wetenschapsagenda (NWA) organiseerde twee Instagram live-sessies waarin ingestuurde vragen over dit thema werden gesteld aan wetenschappers. Kijk ze hier terug. Volg de NWA ook op Facebook voor live sessies met wetenschappers.