De lange sportzomer is begonnen met het EK voetbal en ook de Olympische Spelen in Tokio komen eraan. Om de prestaties te verbeteren, krijgen Nederlanderse topsporters en coaches steeds vaker hulp van wetenschappers. Hoe halen zij winst uit wetenschappelijke inzichten?

De klapschaats of de tijdritpakken van Tom Dumoulin. Zonder de nieuwsgierigheid van wetenschappers waren deze belangrijke technische innovaties er misschien wel nooit gekomen. Sport en wetenschap zijn al decennia met elkaar verbonden.

Ook binnen de teamsport vertrouwen spelers en coaches op wetenschappelijke inzichten om optimaal te presteren. Zo gebruiken de nationale voetbal- en hockeyteams technologie die de belasting van spelers op het veld inzichtelijk maakt. Het doel is tweeledig: individuele prestaties optimaliseren en blessures voorkomen.

Explosieve acties

Bewegingswetenschapper en universitair docent Michel Brink (Rijksuniversiteit Groningen/UMCG) is gespecialiseerd in trainingsbelasting bij teamsporten. "Bij sporten als voetbal en hockey draait het om versnellen, vertragen en van richting veranderen in reactie op de bal", legt hij uit. "Explosieve acties worden afgewisseld met wandelen of joggen. Dit verhoogt het risico op hamstring- en liesblessures, en vereist dus specifieke trainingsvormen."

Ook hebben teamsporters vaak een vol wedstrijdschema. Naast wekelijkse competitiewedstrijden zijn er ook internationale wedstrijden met hun club en het nationale team. "Daardoor spelen ze per week twee of soms zelfs drie wedstrijden, de zwaarst mogelijke belasting, met tussendoor heel weinig rust."

Presteren als een team

Het EK voetbal is een goed voorbeeld van de uitdagingen waarvoor een coach staat: zie 26 spelers maar eens in een paar weken tijd precies op elkaar af te stemmen - zowel fysiek, als mentaal - zodat ze presteren als een team. "Dat is een enorme puzzel", zegt Brink. "Bij grote toernooien als het EK en de Olympische Spelen komen de spelers vanuit allemaal verschillende competities bij elkaar, ieder met hun eigen fysieke kenmerken en mate van fitheid." Zo komt Daley Blind net terug van een blessure en heeft Frenkie de Jong een seizoen met veel wedstrijden achter de rug.

Een coach wil iedereen zo fit mogelijk op het veld krijgen. Tijdens training in partijvormen, die nodig zijn om tactische principes te oefenen, rennen alle spelers door elkaar heen en is het moeilijk om zicht te houden op belasting van de verschillende spelers. Hoe weet een coach nou welke speler hij tijdens een training te veel belast en welke juist te weinig om uiteindelijk tot een gezamenlijke topprestatie te komen?

Gps-hesjes met sensoren

Daar kan de wetenschap bij helpen, zegt Brink. "We zijn steeds beter in staat om de individuele belasting op het veld inzichtelijk te maken. Door spelers hesjes met sensoren te laten dragen, kunnen bijvoorbeeld de hartslag en de afstand die een speler boven een bepaalde hoge snelheid aflegt worden gemeten."

In aanvulling hierop vragen clubs hun spelers om in een app een logboek bij te houden. "Daarin kunnen ze aangeven of ze spierpijn hebben, hoe vermoeid ze zijn en in welke mate ze hersteld zijn van de vorige training of wedstrijd. Uit onderzoek blijkt dat sporters dat zelf heel goed kunnen inschatten."

De meetgegevens uit de sensoren en de persoonlijke bevindingen van de speler worden gecombineerd in één digitaal dashboard. Aan de hand daarvan kunnen de technische en medische staf voor elke training per speler de optimale belasting bepalen. "Hiermee stelt de wetenschap hen in staat om beter onderbouwde beslissingen te maken."

Slim slidingbroekje

Nederlandse bewegingswetenschappers blijven continu op zoek naar nieuwe manieren om de prestaties van teamsporters te verbeteren. Momenteel lopen er twee promotietrajecten die volgens Brink zeer veelbelovend zijn.

"We zijn bezig met de ontwikkeling van de 'smart sensor shorts', een soort slidingbroek met sensoren die de belasting op de benen meten. Het idee is dat sporters met die gegevens beter kunnen trainen. Behalve om hun prestaties te verbeteren, ook om veelvoorkomende blessures zoals een verrekte hamstring te voorkomen." De eerste prototypes worden nu in praktijkexperimenten gebruikt.

Het tweede promotietraject draait om veerkracht . "Als je tijdens elke training meetgegevens verzamelt, bouw je na verloop van tijd per speler een enorme database vol informatie op", vertelt Brink. "Wij zijn nu op zoek naar gepersonaliseerde voorspellingsmodellen om op basis van die data te bepalen of het goed gaat met een speler, maar ook om te voorkomen dat iemand na een blessure een terugval krijgt."

Mentale druk

Brink benadrukt dat de fysieke belasting slechts één van de factoren is die van invloed kan zijn op een goede teamprestatie. "Naast het fysieke aspect draait teamsport natuurlijk ook om het tactisch inzicht en de technische vaardigheid van de spelers." Bovendien hebben coaches rekening te houden met de mentale druk die komt kijken bij het leven als topsporter.

Brink: "Het mentale aspect heeft natuurlijk net zo goed invloed op hoe fit en fris een speler is als het fysieke aspect. De belastbaarheid verschilt per persoon, dus ook dáár moeten coaches rekening mee houden."

Stel je vraag aan de wetenschap

Kan iedereen topsporter worden? En hoe lang kunnen sportrecords nog verbroken worden? De Nationale Wetenschapsagenda (NWA) gaat op zoek naar jullie vragen aan de wetenschap. Ga naar hun website voor meer informatie.