De overlevingskans van kanker neemt dankzij betere en snellere diagnoses en behandelingen steeds verder toe. Toch is de ziekte nog de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland. Komt er een moment waarop we kanker kunnen genezen? En welke nieuwe behandelvormen dragen daar aan bij?

Iemand die daar onderzoek naar doet, is Mirjam Heemskerk. Zij werkt als immunoloog op de afdeling hematologie (bloedziekte) in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Samen met collega-artsen doet ze onderzoek naar nieuwe therapieën voor met name patiënten met bloedkanker.

"Groepen van tumoren waarvan vroeger gedacht werd dat het er één was, blijken uit allerlei soorten te bestaan", vertelt Heemskerk. Nu weten artsen dankzij moleculaire methodes steeds beter wat voor tumor iemand heeft en kan de therapie daarop aangepast worden.

"Door de genetische codes van kanker te bekijken, weet je beter met wat voor tumor je te maken hebt en welke geneesmiddelen en therapie je voor de patiënt moet gebruiken. Tumoren kun je operatief verwijderen, bestralen en behandelen met chemotherapie. Maar sinds een aantal jaar kunnen sommige kankers ook met immuuntherapie behandeld worden."

Deze therapie is een verzamelnaam voor behandelingen die je afweersysteem helpen de kankercellen te herkennen en aan te vallen. Immuuntherapie richt zich niet op de tumor, maar op het activeren van het eigen immuunsysteem.

In de aanval met afweercellen

Er bestaan verschillende vormen immuuntherapie. Zo’n twintig jaar geleden was er al een Amerikaanse arts, Steven Rosenberg, die een kankertumor uit een patiënt haalde en die tumor in het lab doorkweekte. Hij voegde stoffen toe, waardoor de afweercellen die het lichaam aanmaakt tegen indringers konden uitgroeien. Daarin vond hij afweercellen die de tumor herkenden en konden aanvallen. Deze bracht hij terug in het lichaam van de patiënt. Wat bleek? Bij sommige patiënten verdween de tumor hierdoor voor langere tijd.

Het voordeel van immuuntherapie is dat je specifiek de kanker aanvalt en de schade aan andere organen beperkt, legt Heemskerk uit. “Chemotherapie is een mooie therapie, maar geeft veel schade aan andere organen, waardoor je vaak die ex-kankerpatiënt met blijvende klachten blijft. Immuuntherapie kan voor een betere kwaliteit van leven zorgen als de tumor weg is.”

Huidkanker en longkanker zijn bijvoorbeeld te behandelen met immuuntherapie. Bij deze kankersoorten zorgen uv-straling en roken voor veranderingen in het DNA (mutaties), waardoor er een tumor ontstaat. Een mutatie in het DNA kan er toe leiden dat er verkeerde eiwitten worden aangemaakt. Deze vreemde eiwitten worden door je afweercellen (T-cellen) herkend en je immuunsysteem wil deze kankercellen opruimen.

Als je afweercellen uit het lichaam haalt, activeert en tot grote hoeveelheden laat groeien (zoals Rosenberg deed), kan je daarmee kankercellen aanvallen en opruimen. Net zoals het lichaam bij virussen en bacteriën doet.

Echter ontsnappen kankercellen vaak aan het afweersysteem, doordat ze eiwitten maken die de afweercellen als het ware verlammen. De interactie tussen afweercellen en kankercellen is dan geblokkeerd. Door bij een immuuntherapiebehandeling een antistof in te spuiten tegen de eiwitten die het afweersysteem blokkeren, wordt de blokkade opgeheven en kunnen de afweercellen de kankercellen wel opruimen.


Afweercellen sporen kanker op

Er bestaan ook veel tumoren die niet zoveel mutaties hebben als bij huidkanker of longkanker. De kans om die met immuuntherapie te bestrijden is dus veel kleiner. Je hebt dan nauwelijks afweercellen, omdat er geen vreemde eiwitten zijn die het lichaam wil opruimen. Voor die kankertumoren zoekt Heemskerk naar een oplossing met T-cel receptor (TCR) gentherapie.

Bij de meeste immuuntherapieën worden antistoffen in het lichaam gebracht, maar Heemskerk haalt in haar onderzoek juist afweercellen uit de patiënt, bewerkt deze in het lab en brengt ze terug in het lichaam. De afweercellen krijgen een receptor/antenne, die ervoor zorgt dat de afweercellen kankercellen wél kunnen opsporen en uitschakelen.

Ze legt uit: "Als een cel door een virus wordt geïnfecteerd, gaat het virus de cel in en vermeerdert zich. De cellen die geïnfecteerd zijn, willen door het afweersysteem gezien worden, want die moeten opgeruimd worden. Het virus wordt aan het oppervlak van de cel getoond. Zo kunnen afweercellen het virus zien dat opgeruimd moet worden. Dit hebben we ook zo voor kankercellen ontwikkeld, zodat het lichaam ze kan herkennen, uitschakelen en opruimen."

Heemskerk en haar collega's doen nu een studie waarbij ze patiënten met acute myeloïde leukemie met TCR gentherapie behandelen. Voor deze patiënten zijn er maar weinig opties, wat hen geschikt maakt voor een klinische studie.

Lichaamseigen 'vaccin' tegen kanker

Niet alleen in het LUMC, maar overal ter wereld wordt hard gewerkt om verschillende kankersoorten met immuuntherapie te bestrijden. Dankzij immuuntherapieën is het een mogelijkheid dat kanker op termijn een chronische ziekte wordt.

"We streven er in de toekomst naar dat die afweercel langere tijd in het lichaam aanwezig blijft, zodat tumorcellen die blijven bestaan ook opgeruimd worden. Als je dan eenmaal bent blootgesteld aan een bepaald type kanker, is je lichaam in staat dit aan te vallen als het weer terugkomt. Net als bij een vaccin. Maar daarvoor moet nog onderzocht worden hoe we ervoor zorgen dat die afweercellen aanwezig blijven. Ik ga er vanuit dat dit binnen vijf jaar in studies getest wordt."

Vraag het de wetenschap

Meer weten over onderzoek naar de genezing van kanker? Of zelf een vraag stellen aan onderzoekers? De Nationale Wetenschapsagenda gaat op zoek naar antwoorden op vragen die voor iedereen relevant zijn. Volg de NWA Facebook of Instagram en doe mee aan de live-sessies.