Veel ernstige besmettelijke ziektes zoals de pokken, difterie en polio zijn in de twintigste eeuw onder controle gebracht door grootschalige vaccinatieprogramma’s. Overheden hebben hetzelfde plan met het coronavirus, maar stuiten regelmatig op twijfel en wantrouwen onder de bevolking. Volgens antropoloog Stuart Blume kent de weerstand tegen vaccinaties een lange geschiedenis.

Stuart Blume doet al twintig jaar onderzoek naar de ontwikkeling en introductie van vaccins. Voor de UvA-hoogleraar is het geen verrassing dat niet iedereen staat te springen om zich te laten inenten tegen het coronavirus.

Van alle tijden

Zelfs toen veel westerse landen in de 19e eeuw vaccinatieprogramma’s optuigden in de strijd tegen pokken, een zeer besmettelijke virusziekte die jaarlijks miljoenen slachtoffers maakte, was er al weerstand onder de bevolking.

Blume: “Enerzijds vonden mensen het een raar idee om hun kinderen te laten inspuiten met iets waarvan ze dachten dat het gevaarlijk was, anderzijds zagen ze verplichte vaccinatie als een te grote inmenging van de overheid.”

In Nederland speelde bovendien een breed gedragen protestants-christelijke overtuiging mee, namelijk dat alleen God kan beschikken over leven en dood. Dit leidt ook vandaag de dag nog regelmatig tot vaccinatieweigering onder bevindelijk gereformeerden.

Melkmeisjes met koepokken

Voorlopig is pokken de enige ziekte die dankzij wereldwijde vaccinatieprogramma’s volledig is uitgeroeid. Dat proces begon bij de Engelse arts Edward Jenner, vertelt Blume. “Hij merkte dat melkmeisjes (vrouwen die verse melk aan huis verkochten) die de ziekte koepokken hadden gehad, resistent waren voor de gevaarlijkere menselijke variant.”

Jenner besloot de 8-jarige James Phipps te infecteren door vloeistof uit een koeienpok in twee kleine krasjes op de huid te wrijven. Zijn proefpersoon werd een beetje ziek, maar was binnen een paar dagen weer beter.

De Franse scheikundige en bioloog Louis Pasteur zette de volgende grote stap in de bestrijding van besmettelijke ziektes. Blume: “In plaats van gebruik te maken van een verwante maar mildere ziekte, zoals Jenner deed, kweekte Pasteur virussen en bacteriën in verzwakte vorm.” Deze methode vormde de basis voor de eerste vaccins tegen hondsdolheid (1885), tyfus (1896), difterie (1913) en tuberculose (1921).

Aanjager van het vertrouwen

Volgens Blume was de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) een belangrijke aanjager van het vertrouwen in vaccins. Die behoedden de soldaten op het slagveld namelijk voor ziektes en spaarden zo vele levens.

“Je zou kunnen zeggen dat ons systeem van grootschalige vaccinatie is ontstaan in de Eerste Wereldoorlog. In de jaren twintig en dertig waren vaccinaties alom geaccepteerd in Nederland, omdat mensen zagen dat de vaccins hen beschermden.”

Het beteugelen van bacteriële en infectieziektes kwam in een tweede stroomversnelling door het werk van Maurice Hilleman. De Amerikaanse microbioloog ontwikkelde van de jaren vijftig tot de jaren negentig meer dan veertig vaccins, onder andere voor mazelen, bof, waterpokken en hepatitis A en B.

Stuk voor stuk prestaties van formaat, maar er kleeft ook een nadeel aan al die overwinningen van de wetenschap, zegt Blume. “We zijn inmiddels vergeten hoe erg die ziektes zijn, omdat veel artsen en de meeste jonge ouders ze nog nooit hebben meegemaakt. Daardoor gaat het gevoel van urgentie verloren en komt er meer ruimte voor twijfel.”

Buitenlandse vaccins

Na enkele decennia van relatieve rust rond vaccinaties, kwam het wantrouwen in de jaren tachtig weer op. De eerste oorzaak die Blume aanvoert, is de privatisering van de productie.

“Tot dan toe werden bijna al onze vaccins gemaakt door het RIVM. Vanaf de jaren tachtig liet de overheid de ontwikkeling en productie over aan ‘big pharma’, grote farmaceutische bedrijven in het buitenland. Vaccins werden dus niet meer gemaakt door een bekend en vertrouwd instituut, maar kwamen van onbekende bedrijven waar commerciële belangen een grotere rol speelden.”

Naast commercialisering was ook globalisering volgens Blume een belangrijke oorzaak voor het toenemen van het wantrouwen.

“Voorheen ging de introductie van een nieuw vaccin gepaard met een brede maatschappelijke discussie. De overheid wilde eerst weten of de bevolking bereid was een vaccin te accepteren. Nu is dat anders. Door de globalisering wordt er meer druk op de overheid uitgeoefend, vooral door andere landen. Nederland kan het zich bijvoorbeeld niet permitteren een vaccin niet te introduceren als Duitsland en Frankrijk dat wel doen.”

Complottheorieën

Volgens Blume groeit het wantrouwen naarmate de afstand tussen de bevolking en beleidsmakers groter wordt. “Als mensen niet weten hoe nationaal en internationaal vaccinatiebeleid tot stand komt, gaan er vanzelf allemaal rare complottheorieën rondzingen”, zegt hij. “Het is ook geen toeval dat het wantrouwen tegen vaccins het grootst is in landen met sterk rechts-populisme. Daar is het vertrouwen in de politiek en instituties namelijk het laagst.”

Blume houdt de ontwikkelingen rond het coronavaccin nauwlettend in de gaten. Hij stelt dat er altijd een kleine groep mensen zal zijn die de wetenschap wantrouwt en het vaccin dus per definitie weigert. “Zij laten zich op geen enkele manier overtuigen, simpelweg omdat ze de experts die ze te zien en te horen krijgen niet vertrouwen.”

Daarnaast zijn er volgens de antropoloog nog heel veel twijfelaars. Zij zetten hun vraagtekens bij de ongekende snelheid waarmee de coronavaccins geproduceerd zijn en het gebrek aan kennis over de beschermingsduur en langetermijneffecten. Blume is er zeker van dat deze groep de komende maanden steeds kleiner wordt in Nederland.

Afnemend wantrouwen

“Zodra de vaccins op grote schaal worden toegediend, zal het wantrouwen afnemen. Zo ging het ook met het HPV-vaccin, dat tienermeisjes krijgen als bescherming tegen baarmoederhalskanker. Na de introductie in 2009 was er nog heel veel twijfel bij ouders. Langzaamaan groeide het vertrouwen in de beschermende werking en werd het vaccin meer en meer geaccepteerd. Inmiddels is de vaccinatiegraad redelijk op peil.”

Nationale Wetenschapsagenda

Meer weten over vaccinaties? De Nationale Wetenschapsagenda stelt jouw vragen aan onderzoekers. Volg de Nationale Wetenschapsagenda op Facebook of Instagram.