De kledingindustrie is verantwoordelijk voor 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Hoe kan dat? En wat kunnen wetenschappers en consumenten doen om de druk op het klimaat te verminderen? "Het is twee voor twaalf, we moeten nu impact maken."

De wereld raakte de afgelopen decennia gewend en verslaafd aan fast fashion: goedkope mode van ketens als Zara, H&M, Topshop en Primark. Achter de betaalbaarheid en het gemak gaan echter schrikbarende cijfers schuil.

We consumeren met zijn allen 80 miljard nieuwe kledingstukken per jaar. Resultaat: de textielindustrie stoot meer CO2 uit dan alle internationale lucht- en zeevaart bij elkaar opgeteld. Als er niets verandert, verbruikt de industrie in 2050 een kwart van het wereldwijde koolstofbudget (het verschil tussen CO-uitstoot en -opname).

Systeemverandering

"De tijd is rijp voor andere businessmodellen", zegt Kim Poldner, lector Circular Business aan de Haagse Hogeschool. Poldner schreef een proefschrift over duurzaam ondernemen in de mode en was de initiator en drijvende kracht achter het Circular Fashion Lab van de Universiteit Wageningen, waar wetenschappers nieuwe, plantaardige materialen ontwikkelen. Momenteel leidt ze een team van tien docentonderzoekers dat zich richt op circulair ondernemen.

Poldner pleit voor een verandering van het systeem, te beginnen bij het koopgedrag van de consument. "Online winkelen is enorm debet aan die 10 procent CO2-uitstoot. Als je drie broekmaten bestelt en er twee weer terugstuurt, denk je dat je het goed doet omdat de bezorger maar één keer hoeft te rijden. Maar vaak worden die twee broeken gewoon vernietigd."

Grote boosdoener

Poldner laat er geen twijfel over bestaan: nieuwe kleding is de grote boosdoener. "Niks meer (online) kopen is het meest duurzame wat je als consument kan doen. Er is al genoeg. Tijdens de coronacrisis hebben heel veel mensen hun kasten leeggeruimd. De inzamelaars en textielrecyclingfaciliteiten in Nederland en Europa kunnen de massa's gewoon niet aan."

Volgens Poldner moeten de productieketens korter en zou de nadruk moeten liggen op lokaal vervaardigd textiel en nieuwe businessmodellen. "Kledingbibliotheken en initiatieven als 'Lease A Jeans' zijn voorbeelden van hoe een duurzame industrie eruit zou kunnen zien."

Duurzame modemerken

Retailers spelen een cruciale rol, aldus Poldner. Er zijn talloze duurzame modemerken op de markt, maar die verkopen vaak niet goed. "Aan de Haagse Hogeschool hebben we daarom een onderzoek opgetuigd dat inzoomt op de vraag hoe retailers ervoor kunnen zorgen dat meer consumenten duurzame kleding kopen."

Zelf steekt de onderzoeker ook graag de handen uit de mouwen: vorige maand opende ze in Utrecht een pop-upshop voor tweedehands en vintage mode: KLEER. "Voor mij is de winkel een 'living lab' om beter te begrijpen wat de consument wil. We experimenteren met verschillende modellen: kopen, lenen en ruilen. Ik ben ervan overtuigd dat hier een financiële businesscase van te maken is. Tweedehands is het nieuwe goud."

Bij de grote modeketens en webshops ziet Poldner een voorzichtige verschuiving naar verduurzaming: Tommy Hilfiger en Zalando beginnen deze maand met de online verkoop van tweedehands kleding en H&M lanceerde Afound, een online platform waar collecties van vorig seizoen verkocht worden. "Dat soort initiatieven zijn dé manier om de mainstream consument te bereiken. Er groeit nu een generatie op voor wie tweedehands straks het nieuwe normaal is."

Leer van fruit

Naast bewustwording, kortere productieketens en nieuwe businessmodellen is materiaalinnovatie volgens Poldner cruciaal voor een duurzame toekomst van de mode-industrie. "Fruitleather uit Rotterdam maakt al een leerachtig materiaal van restfruit en ontwerper Aniela Hoitink ontwikkelde MycoTEX; duurzaam textiel van paddenstoelenwortels.”

De productie van zulke materialen is veel minder vervuilend dat de productie van bijvoorbeeld katoen, omdat er relatief weinig water en geen chemicaliën aan te pas komen. “Het is de rol van de wetenschap om dat soort innovaties te ondersteunen, bijvoorbeeld door te onderzoeken wat de milieu-impact is als we heel veel paddenstoelentextiel gaan maken."

Wat Poldner betreft gaan we toe naar een toekomst waarin de sectoren food en fashion elkaar steeds vaker kruisen. Ook ziet ze nieuwe kansen voor 'oude' plantaardige materialen zoals linnen gemaakt van vlas en hennep. "Hennep is een gewas dat we in het Nederlandse klimaat kunnen kweken. Laten we daar weer gewoon mee gaan werken in plaats van al dat katoen uit Turkije en India te halen. Ik denk dat er echt een momentum is en dan we met z'n allen nu impact kunnen maken."

Vraag het de wetenschap

Tijdens de coronacrisis zijn we ons in korte tijd veel klimaatvriendelijker gaan gedragen. Wat kunnen we doen om ons duurzame gedrag vol te houden als corona voorbij is? Op donderdag 22 oktober om 19.30 uur organiseert de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) een Instagram live-sessie met gedragswetenschapper Reint Jan Renes. Stel hem je vragen over duurzaam gedrag en het klimaat.

Meer weten over klimaatverandering? Bekijk de website van de Nationale Wetenschapsagenda.