De coronacrisis laat nu al diepe sporen na in de economie. Hoe werd er eerder omgegaan met grote crises en welke lessen kunnen we trekken uit het verleden? Volgens economisch historicus Herman de Jong moet herstel voortkomen uit innovatie. "Als de financiële noodmaatregelen te lang aanhouden, kunnen bepaalde delen van de economie verstarren."

Sinds de corona-uitbraak in maart officieel promoveerde van epidemie naar pandemie, heeft de Nederlandse regering de regie stevig in handen. Het kabinet lanceerde de ene na de andere noodmaatregel voor werkbehoud en inkomenssteun. Doel: de schade van de onvermijdelijke economische crisis beperken.

Verstoringen van buitenaf

Hoe onvoorspelbaar de huidige situatie ook mag zijn, het is niet de eerste keer dat we de gevolgen van een wereldwijde crisis ondervinden. "In Nederland komen de verstoringen die een economische crisis veroorzaken altijd van buitenaf", zegt Herman de Jong, hoogleraar economische geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.

"De crisis van de jaren dertig kwam overgewaaid uit de Verenigde Staten, de oliecrisis van 1973 ontstond door antiwesterse acties van de olieproducerende Arabische landen en de kredietcrisis was het gevolg van grote problemen bij de Amerikaanse hypotheekbanken."

Economische impact

Volgens De Jong hangt de economische impact niet zozeer af van de crisis zelf, maar van de manier waarop regeringen op die crisis reageren. In de jaren dertig bezuinigde de Nederlandse regering op de overheidsbegroting om de economie zo snel mogelijk in evenwicht te brengen.

"De zogenaamde ‘aanpassingspolitiek’ onder minister-president Colijn had tot doel om bedrijven in staat te stellen zich aan de nieuwe economische situatie aan te passen", legt De Jong uit. "Niet alleen de lonen maar ook de prijzen van goederen en diensten gingen omlaag, met het idee dat het publiek dan weer meer ging kopen."

In de praktijk liep de werkloosheid zo hoog op dat een groot deel van de Nederlandse bevolking aan de bedelstaf raakte. "Als mensen minder gaan besteden en ondernemers niet meer investeren, ontstaat een hele vervelende neerwaartse spiraal."

Onderliggende zwakheden

Wat de grote crises van de twintigste eeuw gemeen hebben, is dat ze onderliggende zwakheden in de economie blootlegden. Nederland had zich in de jaren zestig ontwikkeld tot een land met een hele energie-intensieve economie. De plotselinge stijging van de olieprijzen leidde na 1973 tot ‘stagflatie’: een combinatie van een hoge inflatie, vertraagde economische groei en stijgende werkloosheid.

"De oliecrisis liet zien dat de economie niet meer goed functioneerde", aldus De Jong. "De koppeling van lonen aan inflatie leidde tot loonsverhogingen, die weer leidden tot prijsstijgingen voor goederen: een zogenaamde loon-prijsspiraal. Structurele vernieuwing was noodzakelijk. Ook toen is er jaren achter elkaar bezuinigd om de economie weer gezond te krijgen, met een hoge jeugdwerkloosheid tot gevolg. Dat was geen rooskleurige tijd."

De kredietcrisis, veroorzaakt door grote problemen bij hypotheekbanken in de VS en later ook in Nederland, leidde tien jaar geleden eveneens tot aanhoudende bezuinigingen. Die waren zo fors dat zelfs het Centraal Planbureau zich afvroeg of dit wel een goede zaak was.

Adequate reactie

De Jong constateert dat onze huidige regering in staat is geweest om slechte ervaringen uit het verleden te vertalen naar een adequate reactie op de coronacrisis. "Niet gelijk de tering naar de nering zetten, maar proberen de bestedingen zoveel mogelijk op peil te houden door middel van noodmaatregelen voor werkbehoud en inkomenssteun."

Dat moest ook wel, omdat de overheid deze situatie zelf heeft veroorzaakt met het deels dichtgooien van de economie. "Dan kun je niet tegen een caféhouder zeggen: 'Jammer dan, geen inkomen voor jou.'" Het is volgens De Jong een geluk bij een ongeluk dat de Nederlandse economie er heel goed voor stond toen de coronacrisis zich aandiende. Daardoor heeft het kabinet vrij veel speelruimte voor financiële noodmaatregelen.

De economisch historicus waarschuwt wel voor een reëel gevaar: als bedrijven en zelfstandigen te lang 'aan het infuus' liggen, kunnen bepaalde delen van de economie verstarren. Zolang kapitaal en arbeid vast blijven zitten in ‘oude’ bedrijven die het niet redden zonder overheidssteun, worden modernisering en innovatie elders in de economie tegengehouden. "In de jaren dertig zag je dat gebeuren in Europa: de politieke reactie op de crisis leverde na de Tweede Wereldoorlog een hele starre, versteende economie op."

Herstel door innovatie

Als de geschiedenis van economische crises één ding bewijst, is het dat elk herstel voortkomt uit innovatie. "Deze crisis zou toch wel eens een structurele verandering in de samenleving kunnen betekenen", aldus De Jong. "Zo is de digitalisering van delen van de maatschappij in het afgelopen half jaar ontzettend snel gegaan. Op mijn eigen faculteit is inmiddels 80 procent van het onderwijs digitaal."

Zeker is dat de huidige situatie, hoe ellendig ook, ontzettend veel interessante nieuwe kennis oplevert; voor economen, psychologen, medici, juristen en sociologen is de crisis één groot laboratoriumexperiment. De Jong: "Je zult zien dat er een enorme berg aan nieuwe wetenschappelijke publicaties komt. We maken namelijk iets mee wat we nog niet eerder op deze schaal hebben meegemaakt."

Stel je vraag aan de wetenschap

In de politiek worden belangrijke besluiten genomen over de economie in Nederland. Hoe kunnen jongeren daar meer betrokken bij raken? Op donderdag 24 september om 16.00 uur organiseert de Nationale Wetenschapsagenda een livesessie op Instagram waar je vragen hierover kunt stellen aan Anna van Cauwenberge, universitair docent media en communicatie aan de Rijksuniversiteit Groningen.