De coronapandemie is niet de eerste mondiale virusuitbraak. De mensheid zag zich al vaker voor grote uitdagingen gesteld, van de pest in de middeleeuwen tot de cholera in de negentiende eeuw en de Spaanse griep in 1918. Wat zijn de overeenkomsten en welke lessen kunnen we trekken uit het verleden?

Op 11 maart schaalde de World Health Organization (WHO) de corona-uitbraak op van epidemie naar pandemie. COVID-19 voldoet aan alle criteria: het is een ernstige en besmettelijke ziekte met een explosief karakter, die zich razendsnel over de wereld verspreidt en waartegen nog geen populatiebrede immuniteit is opgebouwd.

Hoe dramatisch de situatie ook is, de mensheid heeft voor hetere vuren gestaan. “Voorgaande pandemieën hadden een nóg grotere impact op de mensheid”, zegt Frank Huisman, hoogleraar medische geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, verbonden aan het UMC en het Descartes Centrum voor Wetenschapsgeschiedenis.

“Neem de Spaanse griepuitbraak van 1918. Die heeft wereldwijd meer slachtoffers gemaakt dan de hele Eerste Wereldoorlog; minstens 20 miljoen.”

Terugkerende pandemieën

Ook pest- en cholerapandemieën waarden in het verleden agressief rond. De pest beleefde zijn grootste uitbraak in de veertiende eeuw. De gevolgen waren catastrofaal: 30 tot 50 procent van de Europese bevolking overleefde de pandemie niet.

Cholera overviel Europa voor het eerst in 1832 en keerde vervolgens nog vier keer terug. “Die pandemie zorgde voor eenzelfde soort angst en onzekerheid onder de bevolking. De medische wetenschap vroeg zich af: wat is dit, waar komt het vandaan en wat kunnen we ertegen doen?"

"Het daarop in gang gezette medisch onderzoek naar schadelijke omgevingsfactoren leidde tot grootscheepse sanitaire voorzieningen, vuilverwerking, schoon drinkwater en voedselinspectie; maatregelen die de cholera uiteindelijk tot staan hebben gebracht."

Toneelstuk in vier bedrijven

Niet alleen de pandemieën zelf vertonen overeenkomsten, ook de manier waarop mensen erop reageren hebben gelijkenissen. Door internet en sociale media wordt er nu weliswaar heftiger gereageerd en verspreiden angst en onzekerheid zich sneller dan ooit, maar de mensheid reageert in grote lijnen hetzelfde, aldus Huisman.

“De Amerikaanse medisch historicus Charles Rosenberg vergeleek de reactie op een pandemie met een toneelstuk in vier bedrijven. Eerst ontkennen en downplayen, vervolgens de ernst van de situatie inzien en iets of iemand de schuld geven, dan tot overeenstemming komen over het te voeren beleid en ten slotte, als de ziekte verdwenen is, terugkijken en de gebeurtenis een plek geven.”

Adviserende artsen

Momenteel zitten we in de beleidsfase. Het RIVM adviseert over de maatregelen waarmee het virus bedwongen moet worden; de overheid vaart vrijwel volledig op (medische) wetenschappers. “Dat is altijd zo geweest, ook in de middeleeuwen”, zegt Huisman.

“Ook toen waren artsen al de belangrijkste adviseurs van overheden. Ze gaven dan wel adviezen waar we ons nu niet of minder in kunnen vinden, maar binnen de kaders van hun medische theorieën vertoonden ze heel rationele reactiepatronen."

"Waren ze bijvoorbeeld van mening dat omgevingsfactoren de oorzaak waren, dan leidde dat tot sanitaire voorzieningen, wanneer ze tot de conclusie kwamen dat het ging om een besmetting van mens op mens, dan waren quarantainemaatregelen geboden.”

Doorbraak in medische wetenschap

In de tweede helft van de negentiende eeuw zorgde de ontdekking van ziekteverwekkende bacteriën door Louis Pasteur en Robert Koch voor een doorbraak in de medische wetenschap.

“Hun manier van denken - dat één specifiek micro-organisme verantwoordelijk is voor een ziekte - heeft veel bijgedragen aan de daling van het sterftecijfer en de stijging van de gemiddelde levensverwachting. Vanaf de jaren 1940 werd het mogelijk die bacteriën ook te bestrijden, met antibiotica.”

De Schotse arts Alexander Fleming stond aan de basis van die ontwikkeling: hij ontdekte in 1928 de antibacteriële stof penicilline, die het eerste bruikbare antibioticum opleverde.

Vertrouwen in de wetenschap

Door het baanbrekende werk van Pasteur en Koch nam het vertrouwen in de medische wetenschap enorm toe. Volgens Huisman is dat vertrouwen ook in deze tijd van groot belang. Vertrouwen kun je niet afdwingen, zegt Huisman, dat moet je verdienen.

“Hoe de wetenschap vertrouwen kan oogsten? Door open en transparant te zijn en door verantwoording af te leggen. Van wetenschappers wordt er verwacht dat ze zich inspannen om het coronavirus te begrijpen, tot stilstand te brengen en een volgende uitbraak te voorkomen.”

“Vervolgens moeten we hard gaan nadenken over de toekomst: hoe gaan we de wereld na deze wake-up call inrichten? Hoe we uit deze pandemie komen hangt voor een belangrijk deel af van het lerend vermogen van de mensheid.”

Meer weten over de wetenschap en het coronavirus? Kijk op de website van de Nationale Wetenschapsagenda.