Sinds de economische crisis 'cocoonen' we meer dan ooit. Waar komt die typisch Hollandse huiselijkheid toch vandaan?

Gezelligheid is een uniek Nederlands verschijnsel, hoor je vaak zeggen. Het is zelfs zo uniek, dat er in andere talen geen woorden voor zijn. Helemaal waar is dit niet, want bijvoorbeeld Duitsers hebben het 'gemütlich', Engelsen vinden het ergens 'cosy' en de Fransen gebruiken het woord 'agréable' als ze het naar hun zin hebben. Toch verschilt de Hollandse gezelligheid van die van andere landen. Als wij het ergens gezellig vinden, is die plek namelijk vaak ons eigen huis. Sinds de economische crisis 'cocoonen' we bovendien meer dan ooit. Die hang naar huiselijkheid begon al in de Gouden Eeuw, toen rijke gezinnen zich lieten schilderen terwijl ze plezier maakten in fraaie interieurs. Voor arme mensen was dat in die tijd niet weggelegd; zij kregen pas eeuwen later meer comfort dankzij betere huisvesting, verwarming, stromend water en elektriciteit.

Praten en lachen
Inwoners van zuidelijke landen als Italië en Spanje zoeken elkaar juist buiten op, vooral in de zomer. Op terrassen, pleinen en balkons praten, drinken en lachen ze tot diep in de nacht. Hun verloren slaap halen ze de volgende dag tijdens de siësta wel weer in. En hoe huiselijk de Nederlanders ook zijn, op warme zomeravonden gedragen wij ons precies hetzelfde. Zolang we maar weten dat ons huis op ons wacht, vinden we het ook buiten reuzegezellig.