Omdat de vader van zanger Mart Hoogkamer hem pushte om de carrière te krijgen die hij zelf had misgelopen, had de zanger een tijdje geen zin meer om te zingen, vertelde hij in het programma HLF8 van Johnny de Mol.

De vader van Hoogkamer was vroeger een kindsterretje. Doordat hij de baard in de keel kreeg en door "drank en de verkeerde mensen" raakte zijn carrière in het slop, vertelde de zanger, wiens documentaire Van vader op zoon dinsdag in première gaat op het Nederlands Film Festival.

"Je gunt je vader van alles. Dat is iets wat heel somber is", vertelde Hoogkamer, die bekend is geworden door de hit Ik Ga Zwemmen. "En dan komt de verleiding met drank. En op heel jonge leeftijd de verkeerde mensen om je heen. Dan gaat het heel snel fout, denk ik."

De documentaire gaat over de relatie tussen Hoogkamer en zijn vader, die soms moeizaam was. "Op een gegeven moment ben je hem gaan haten", zei De Mol.

"Je bent een jongen, je bent zes of zeven jaar en hij zag het, hij zag iets in mij. Op een positieve manier probeerde hij me een beetje af te zeiken. Om me te pushen, omdat hij het zag", vertelde Hoogkamer.

"Dan zei hij: 'Mart, als jij je liedje van a tot z helemaal goed zingt, dan mag je Goede Tijden afkijken'. Maar dan kom je op een leeftijd dat je denkt: daar komt-ie weer."

"Op dat moment begin je hem niet te haten, maar je gaat hem niet meer echt leuk vinden. De muziek ook niet, het kwam m'n oren uit. Als je vijfentwintig keer André Hazes moet zingen, ben je Hazes ook wel zat."