Twintig klagers hebben het gerechtshof in Amsterdam woensdag verzocht om rapper Akwasi alsnog te vervolgen voor zijn "verontrustende" speech op de Amsterdamse Dam tijdens een Black Lives Matter-demonstratie vorig jaar.

De advocaat van de klagers, Richard van der Weide, vindt dat er sprake is van rechtsongelijkheid, omdat Jenny Douwes wel werd vervolgd om haar oproep om een snelweg te blokkeren en Akwasi niet.

In zijn klaagschrift noemde Van der Weide Akwasi een "recidivist" omdat hij zich sinds 2009 haatdragend en strafbaar zou uitlaten tegen de figuur Zwarte Piet. "In formele zin is hij dat niet, omdat hij nooit strafrechtelijk is vervolgd voor zijn uitspraken, maar feitelijk gezien wel", aldus Van der Weide tegen het ANP.

De groep klagers wordt geleid door Pieter Hollenberg, die vorig jaar een fundraiser opzette om in hoger beroep te kunnen gaan tegen het besluit van het Openbaar Ministerie (OM) om Akwasi niet te vervolgen.

'Ik help graag mijn mooie Amsterdam schoon te houden'

Akwasi laat via Instagram weten een eventuele straf te accepteren. "Als ik naar aanleiding van mijn freestyle op 1 juni 2020 naar de gevangenis zou moeten, wil ik bij deze op de gastenlijst gezet worden. Ik zal er zijn. Als ik naar aanleiding van mijn improvisatie op de Dam een taakstraf zou moeten krijgen, geef mij dan maar op om te prikken. Ik help graag mijn mooie Amsterdam schoon te houden; schoon van zwerfvuil en schoon van vuil racisme", schrijft hij.

De rapper zegt dat hij heeft geprobeerd in gesprek te gaan met de mensen die hem vervolgd willen zien worden. "Reële ruimte voor een constructief gesprek was er niet. Er is zelfs gesproken van een gepasseerd station. Dat vind ik oprecht jammer."

Het OM besloot vorig jaar om de zaak tegen Akwasi voorwaardelijk te seponeren als hij publiekelijk afstand zou nemen van zijn uitspraken. Dat heeft de rapper gedaan.

Als het gerechtshof in Amsterdam het eens is met de argumenten die Van der Weide woensdag heeft aangeleverd, kan het OM worden gedwongen om Akwasi alsnog te vervolgen. De uitspraak daarover volgt vermoedelijk over vier weken.