Meghan Markle schrijft in een openhartige column voor The New York Times over een miskraam die ze in juli had. De vrouw van de Britse prins Harry noemt het verlies "een bijna ondraaglijk verdriet".

Markle vertelt dat ze op een ochtend in juli bezig was met het verschonen van de luier van haar zoon, toen ze een scherpe pijn in haar onderbuik voelde.

"Ik viel met Archie in mijn armen op de grond en zong een slaapliedje om ons allebei kalm te houden", aldus de voormalig actrice. "Het vrolijke liedje vormde een sterk contrast met mijn gevoel, dat erop wees dat er iets niet goed zat."

Op dat moment merkte Markle dat ze een miskraam had. "Uren later lag ik in een ziekenhuisbed en hield ik de hand van mijn man vast. Ik voelde zijn klamme hand en kuste zijn knokkels, nat van onze tranen. Toen ik naar de koude witte muren staarde, waren mijn ogen glazig. Ik probeerde me voor te stellen hoe we hier weer uit zouden komen."

'Over het verlies van een kind wordt weinig gesproken'

In haar column schrijft Markle over de vele verliezen die mensen mede door de coronapandemie dit jaar moesten verwerken. Ook noemt ze Breonna Taylor, de zwarte Amerikaanse die door een politieagent werd doodgeschoten en daardoor een van de symbolen van de Black Lives Matter-beweging werd.

Markle benadrukt dat het belangrijk is om elkaar te helpen en regelmatig te vragen hoe het gaat. Door haar verhaal te delen, hoopt Markle andere vrouwen die een miskraam hebben gehad te kunnen steunen.

"Het verlies van een kind betekent dat je een bijna ondraaglijk verdriet moet dragen dat door velen wordt ervaren, maar waarover weinig wordt gesproken", schrijft de Amerikaanse.

"We hebben geleerd dat wanneer mensen vragen hoe het met ons gaat en ze echt met een open mind naar het antwoord luisteren, het verdriet vaak draaglijker wordt. Door in gesprek te gaan en onze pijn te delen, zetten we onze eerste stap naar genezing."