Delphine Boël, die begin dit jaar na DNA-onderzoek de biologische dochter van koning Albert bleek, wil "exact dezelfde voorrechten, titels en hoedanigheden als haar twee broers en haar zus". Dat meldde haar advocaat volgens journalist Wim Dehandschutter donderdag in de laatste zitting in de zaak tegen koning Albert.

De kunstenares wil dus prinses van België worden en de aanspreektitel Hare Koninklijke Hoogheid krijgen. Daarnaast wil Boël de familienaam Saksen-Coburg aannemen.

Als Boël dezelfde voorrechten wil als haar halfbroers Philippe en Laurent en halfzus Astrid, betekent dit dat de kunstenares ook een inkomen en woning van de staat zou krijgen. Dehandschutter meldt op Twitter dat dit niet het geval is, omdat Boël geen vermoedelijke troonopvolger is. Astrid en Laurent kregen de dotatie "bij hoge uitzondering".

Alleen (toekomstige) kleinkinderen van de koning mogen de titel 'prins' of 'prinses' krijgen, zo werd in 2015 in een wetswijziging bepaald. Aangezien Boël in 1968 geboren is, kan de rechter besluiten dat zij met terugwerkende kracht toch de titel 'prinses' kan krijgen.

Boël beweert al jaren dat zij een dochter van Albert II is. Ze stapte in 2013 naar de rechter en eiste dat de voormalige koning een DNA-test deed. Begin dit jaar bleek uit deze test dat de koning inderdaad haar biologische vader is. Ook heeft hij besloten zijn wettelijk vaderschap niet meer juridisch aan te vechten.

Boëls moeder Sybille de Selys Longchamps zou tussen 1966 en 1984 een relatie met de vorst hebben gehad. Albert II was bijna twintig jaar koning van België. Hoewel hij niet langer het staatshoofd is, mocht hij na zijn abdicatie de titel 'koning' behouden. Zijn zoon Filip nam de troon ruim vijf jaar geleden van hem over.