De 27-jarige man die in april van dit jaar inbrak in het huis van rapper Eminem in de Amerikaanse staat Michigan zou de rapper hebben willen vermoorden. Dat verklaart een agent die op het incident afkwam woensdag, meldt de Detroit Free Press.

Matthew David Hughes kwam tijdens de inbraak op 5 april oog in oog te staan met de beroemde rapper. Hughes was kort daarvoor langs de beveiliging geglipt.

Eminem, die eigenlijk Marshall Mathers heet, dacht in eerste instantie dat het om zijn neef ging, maar al snel bleek dat het om een indringer ging. Toen Eminem aan Hughes vroeg waarom hij in zijn huis was, zei de man dat hij daar was om hem te vermoorden. De beveiliging was inmiddels gealarmeerd en hield hem aan. Hughes droeg op het moment van het incident geen wapen bij zich.

Sinds het incident in april zit Hughes vast voor de inbraak en het vernielen van het huis van de rapper. In juni 2019 probeerde Hughes ook al in te breken in een woning van de rapper. De eigenaar van dat huis vertelde hem dat Eminem daar niet meer woonde, maar de man geloofde dat niet en brak alsnog in. Daarvoor kreeg hij toen negentig dagen cel en een boete.

De rechtszaak over de gebeurtenis van april gaat later deze maand verder. Een verzoek van Hughes' advocaat tot tijdelijke vrijlating werd door de rechter afgewezen. Volgens de openbaar aanklager heeft de verdachte mentale problemen.

Eminem was woensdag zelf niet aanwezig in de rechtbank.