Presentator Rob Verlinden heeft grote vooruitgang geboekt dankzij de hersenoperatie die hij eind 2019 onderging. De gevolgen die de ziekte van Parkinson met zich meebrengt zijn er sterk door verminderd, vertelt hij vrijdag in een interview met De Telegraaf.

Verlinden ging eerder deze week terug naar het ziekenhuis voor een controle. "Mijn behandelend neuroloog keek zijn ogen uit toen hij mij weer terugzag", vertelt de presentator, die een DBS-operatie onderging. Daarbij kreeg hij elektroden in zijn hersenen geplaatst, gecombineerd met een pacemaker.

"De resultaten zijn ruim zeven maanden later onvoorstelbaar goed", vertelt de presentator. "De geïmplanteerde elektroden doen goed hun werk. Ik tril niet meer, kan fatsoenlijk praten én loop niet meer zo krom als een Quasimodo."

'Schaam me dood als ik beelden terugkijk'

Verlinden kreeg in 2018 te horen dat hij vanwege zijn ziekte moest stoppen met De Grote Tuinverbouwing. "Achteraf was die beslissing de juiste", vindt de plantenkenner. "Het was immers niet meer om aan te zien. Als ik nu beelden van tv-afleveringen terugkijk, dan schaam ik me dood."

"Ik was niet meer die flamboyante, energieke, vrolijke presentator van weleer. De energie was op en ik was een wrak geworden. Logisch dat ze me van de beeldbuis hebben gehaald."

Inmiddels zegt Verlinden weer als een normaal mens te kunnen functioneren. "Ik wil ook mijn hersenen blijven trainen, want naast motorische klachten kan de ziekte ook leiden tot vergeetachtigheid en concentratieproblemen. Daarom verdiep ik me nog steeds in de flora, blijf ik via Facebook videofilmpjes presenteren en praat ik over mijn ziekte. Want er rust nog steeds een taboe op."