Jan Pronk herstelt nog steeds van het hartinfarct dat hij drie jaar geleden kreeg. De oud-minister is aan de betere hand, maar heeft nog steeds moeite met traplopen, zegt hij in een interview in HP/De Tijd.

"Ik ben een derde van mijn hartcapaciteit kwijt. Als ik anderhalf uur heb gelopen, ben ik echt goed moe", vertelt de tachtigjarige Pronk.

"En met een heleboel dingen ben ik gestopt. Ik vlieg niet meer en ben opgehouden met het geven van colleges. Dat zijn twee belangrijke veranderingen in mijn leven, want ik reisde de hele wereld over. Voor mij was het bezoeken van ontwikkelingslanden mijn werk en mijn leven. Dat is nu allemaal voorbij."

Toch voelt de oud-functionaris van de Verenigde Naties zich onder de streep goed. Dat komt vooral doordat hij zijn fysieke conditie op peil heeft gehouden.

"Ik heb de laatste drie jaar heel veel tijd doorgebracht in de sportschool, en nu ik in ons tweede huis in Zwitserland zit, wandel ik veel."

Pronk en vrouw behoren tot kwetsbare groep

Pronk en zijn vrouw zijn voorzichtig, omdat ze tot de kwetsbare groep behoren voor wie een coronabesmetting weleens fataal zou kunnen aflopen. In het Zwitserse dorp worden ze niet geconfronteerd met mensenmassa's.

"Ik ben hiernaartoe gegaan om mijn tachtigste verjaardag te vieren met mijn kinderen en kleinkinderen, alleen kwam daar niks van omdat corona plotseling uitbrak en zij hun huis niet uit mochten. Dus hebben mijn vrouw en ik het met zijn tweeën gevierd."