Nasrdin Dchar vindt het pijnlijk om te zien hoe zijn ouders worstelen met hun plek in Nederland. Dat vertelt de veertigjarige acteur woensdag in een interview met De Groene Amsterdammer.

Dchar groeide op in het Brabantse Steenbergen, waar zijn vader en moeder nog steeds wonen. "Wat hebben ze nou in Nederland?", vraagt de acteur zich hardop af. "De Marokkaanse gezinnen die er waren in Steenbergen zijn naar de grote steden getrokken. Terug naar Marokko is geen optie, dat zouden ze niet eens meer kunnen. Dus ze zitten in een soort gebied waar ze nergens echt thuis zijn."

"Dat vind ik wel pijnlijk, de generatie die zo belangrijk is voor mij, voor ons, zien struggelen met echt grote vragen waar ze geen antwoorden op hebben. Als ik kijk naar de gesprekken die ik met mijn ouders voer, het is altijd hetzelfde. Daarin loop ik ook tegen mijn eigen tekortkoming aan: taal. Mijn vader spreekt niet goed genoeg Nederlands om een goed gesprek te voeren en hetzelfde geldt voor mijn Marokkaans. Dan verval je al snel in hoe het gaat, ditjes en datjes, de kinderen."

Intussen vertelt Dchar, die twee zussen en een broer heeft, ook dat het voor zijn ouders al genoeg is als iedereen bij elkaar is. "We hoeven helemaal geen moeilijke gesprekken meer te voeren. Als zij zien dat wij gelukkig zijn, zijn zij ook wel gelukkig. Dat is het lot van die generatie, net als dat mijn generatie overal net tussen valt."

Dchar is onder meer bekend door zijn hoofdrol in Rabat, waarvoor hij in 2011 een Gouden Kalf won. Daarnaast speelde hij in films als Süskind en Wolf, en was hij te zien in de series Mocro Maffia en De 12 van Oldenheim. Momenteel staat hij in theaters met de voorstelling JA.