Jeroen van Koningsbrugge heeft het een hele tijd lastig gevonden dat hij op straat werd herkend. Pas na zijn sabbatical, waarbij hij ruim een half jaar in Los Angeles woonde, werd hij opener.

"Ik worstelde met mijn bekend-zijn. Overal waar ik kwam, riepen mensen iets tegen me, wilden met me op de foto. En ik kan niet doen alsof, dus ik stond de hele tijd aan", aldus de 45-jarige acteur in gesprek met Margriet.

Van Koningsbrugge merkte dat hij op een gegeven moment moeite had met steeds maar herkend worden. "Ik ging letterlijk gebogen over straat, hoofd naar beneden. Ik maakte geen contact meer met mensen, maar daardoor blijkbaar ook geen contact meer met mensen die dicht bij me staan. Dat continu aanstaan was vermoeiend, maar het afzetten ertegen was eigenlijk nog vermoeiender."

In de Verenigde Staten, waar hij en zijn vrouw en kinderen een paar maanden woonden, kon hij weer openstaan voor mensen, omdat niemand hem herkende. "Dat was heel ontspannen. Of nee, ík was heel ontspannen."

"Toen we terugkwamen, ging ik met een vriend wat drinken. We zaten buiten op een terras en hij zei: 'Man, wat ben je open, we hebben echt contact.' Blijkbaar had ik altijd tegenover hem gezeten en naar beneden gekeken of onder mijn petje vandaan en dus geen oogcontact gemaakt. En nu keek ik hem gewoon aan. Het raakte me dat hij dat zei, ik vind echt contact namelijk zo belangrijk. Die dag besloot ik om er niet meer voor weg te lopen."