De voorouders van Paul Elstak, beter bekend met de toevoeging DJ voor zijn naam, zijn slaven geweest. Maar de 53-jarige artiest neemt de Nederlanders in kwestie niets kwalijk.

"Dat vind ik hetzelfde als mensen die nog steeds boos zijn op Duitsers. Niemand is verantwoordelijk voor zijn voorouders, nog niet eens voor wat zijn eigen vader heeft gedaan", zegt Elstak in de reeks van Robert Vuijsje in de Volkskrant.

Elstak, de zoon van een half-Surinaamse, kwart-Indonesische, kwart-Chinese vader en een half-Duitse en half-Litouwse moeder, vindt het niet kunnen als mensen hun werkloosheid verklaren door naar de slavernij te wijzen. "Dat vind ik zwak. Get over it. Je moet gewoon zorgen dat je werk hebt, net als iedereen."

Elstak is een van de grondleggers van de Nederlandse, elektronische muziekstroming gabber en legde zich later vooral toe op het subgenre happy hardcore. Volgens de dj heeft zijn publiek weinig interesse in kwesties over afkomst: "Het enige dat ik weet: het publiek van de happy hardcore ziet mij niet als een donkere, ze zien me als een van hen."

'Ze wilden mij in elkaar slaan, omdat ik voor Feyenoord ben'

Hoewel de muzikant gevrijwaard blijft van uitdagingen die op zijn etnische geschiedenis terug te voeren zijn, speelt zijn woonplaats Rotterdam hem wel parten.

"Een tijdje terug was ik geboekt voor het festival Thunderdome in de RAI, die boeking hebben ze gecanceld. De organisatie kon niet instaan voor mijn veiligheid", vertelt Elstak.

"Omdat ik toevallig uit Rotterdam kom en voor Feyenoord ben, wilden mensen mij in elkaar slaan. Het rare is: die fanatieke Ajax-aanhang komt niet eens uit Amsterdam, ze wonen in Almere of Purmerend."