Nico Dijkshoorn werd pas na zijn veertigste een BN'er. Ondanks dat hij blij is dat hij pas op latere leeftijd bekend werd, heeft die bekendheid wel een heel positief effect op de 57-jarige columnist gehad. ''Ik heb rust gevonden.''

Dat vertelt Dijkshoorn in AD Magazine. ''Die bekendheid overkwam me. Ik was meer dan veertig jaar lang een onbekende, mislukt op de lerarenopleiding, twintig jaar in de bibliotheek in Amstelveen gewerkt.''

In 2006 kreeg hij een column in de Volkskrant en twee jaar later werd hij huisdichter bij De wereld draait door. ''Ik heb rust gevonden door de bekendheid. Vroeger was ik onrustig, onzeker, ik bewoog me moeilijk door de stad.''

Dijkshoorn is wel blij dat hij niet op bijvoorbeeld zijn 27e bekend is geworden net als Özcan Akyol. ''Ik zou doodsbang zijn. Die druk dat je er elk jaar een geweldig boek uit moet kakken, dat je nog je hele leven je geld moet verdienen met boeken.''

Inmiddels weten veel mensen wel wie Dijkshoorn is. ''Ik heb daar een modus voor ontwikkeld, heb ik van Hugo Borst geleerd: de blik alsof je naar het eind van de straat kijkt.'' Want oogcontact is dodelijk, legt de columnist uit. ''Dan denken ze: hij wil met me praten. Als je niet uitkijkt, storten mensen elke drie minuten hun hele hebben en houwen over je uit. Omdat ze je denken te kennen door al die columns. Dus nu loop ik meestal als een zombie over straat.''