Oud-olympiër Hansje Bunschoten vindt praten over dood 'niet moeilijk'

Oud-olympisch zwemster en programmamaakster Hansje Bunschoten vindt het niet lastig om over de dood te praten. Hoewel de 58-jarige terminale kanker heeft, zegt ze "leuk te willen doodgaan".

"Je mag het moeilijk vinden om over de dood te praten, maar ik vind dat niet. Kom lekker bij me janken, niet dat krampachtige eromheen lullen", vertelt Bunschoten zaterdag in het AD.

De oud-zwemster maakt op NPO 2 vanaf zondag het programma Maskers af, waarin ze diepgaande gesprekken voert met onder anderen Mart Smeets en Eva Jinek.

Artsen maakten vorig jaar een schatting dat Bunschoten nog zo'n anderhalf tot twee jaar te leven heeft. "Het is ondoenlijk om te zeggen hoe je op de medicijnen reageert. (..) Ik weet alleen dat het een aflopende zaak is. Terwijl: ik zou het zo graag weten. Een datum, het liefst met een tijdstip."

De programmamaakster zegt dat ze ongeduldiger is geworden, sinds ze het besef heeft dat ze niet meer heel lang te leven heeft. "Het ongedurige dat ik altijd al heb gehad, versterkt zich nu de tijd gaat dringen. Als mijn man Joop niet snel genoeg reageert, dan uit ik mijn ongenoegen direct. Dat is niet zo leuk hoor, ik word er niet aardiger van."

"Maar ik wil geen tijd verspillen, dat is zonde", legt ze uit.

Fit

De oud-olympiër maakt zich zorgen over hoe haar man Joop achterblijft, als ze er niet meer is. "Ik vind niet dat hij goed voor zichzelf zorgt. We zijn allebei te dik, maar hij is wel erg te dik. Dat kan ik niet zo goed hebben nu. Hij moet fit zijn als ik doodga."

"Tegelijkertijd zegt hij dat het leven voor hem niet interessant meer is als ik overlijd. Voor hem hoeft het dan niet meer."

Bunschoten deed mee in 1972 aan de Olympische Spelen, daarna ging ze bij de televisie werken. Ook gaf ze zwemcommentaar bij Studio Sport. Later werkte ze jarenlang als producent bij De Rijdende Rechter.

Lees meer over:
Tip de redactie